Indignados zijn gezond
Je niet verzetten tegen een mondiale dreiging houdt risico’s in voor je mentale gezondheid op langere termijn. Indignado zijn of Wall Street bezetten is goed voor je.
U, ik, wij allemaal leven in land waar verontwaardiging geen goed imago heeft. Groot ongenoegen wordt vaak niet geuit, en gauw onder het kleed gevaagd. Misschien is een sprankel verandering op til nadat de indignados laatst België aandeden. Maar nadat ze vernielingen aanrichtten in de Brusselse hogeschool, werd het hier te lande stil rond ze. De schijnwerpers werden vervolgens weer gericht op de onze locale versie van hetgeen waar deze mensen nu juist tegen protesteren: de Dexia-affaire.

Intussen verspreidde de Amerikaanse variant van het protest, Occupy-beweging, zich over de hele Verenigde Staten en een groot deel van de rest van de wereld. Maar op vele fronten rommelde er al iets. Zo was er begin dit jaar het immense succes van het pamflet Indignez-vous! van de 93-jarige Franse oud-verzetsstrijder, VN-ambassadeur en filosoof Stéphane Hessel (Ned. vertaling: Neem het niet!, Uitg. Van Gennep). Hessel zegt dat het verontwaardiging was die hem destijds bewoog, en dat verontwaardiging ons menselijk maakt. In zijn kleine, rode boekje roept hij op tot verzet tegen de macht van geld en markten en de verdediging van de sociale ‘waarden van de moderne democratie’. Hoe dat concreet moet worden aangepakt, staat er niet in. Toch appelleert het pamflet aan emoties die al bij velen broedden.

Stéphane Hessel
Opmerkelijk onderzoek
Verontwaardiging is niet langer een vies woord. Het wereldwijde protest duidt op een diepe behoefte om te reageren en niet langer lijdzaam te ondergaan. Volgens psychologisch onderzoek is dat heel gezond. Dit jaar werd een grootschalige studie afgerond die twee decennia bestrijkt. Aanvankelijk was de geestelijke gezondheid van Duitse jongeren in 1985 het onderwerp van het onderzoek. Die waren op dat moment gemiddeld 14 jaar oud. De sociaal psychologen Klaus Boehnke en Becky Wong volgden naast andere jongeren ook vredesactivisten die zich geëngageerd hadden in de antinucleaire beweging. De regering vatte destijds het plan op om ruim honderd langeafstandraketten op West-Duitse bodem te laten stationeren.
De onderzoekers evalueerden de mate van psychisch welzijn van de jongeren, evenals hun angstgerelateerde problemen en psychosomatisch klachten. Dat deden telkens opnieuw om de drie jaar, tot in 2006. Inmiddels is hun studie afgerond, en concludeert dat het zich niet verzetten tegen een mondiale dreiging risico’s inhoudt voor de mentale gezondheid op langere termijn. Van twee jongeren die menen dat de nucleaire dreiging is toegenomen in 1985 kent degene die zich heeft aangesloten bij de protestbeweging 20 jaar later minder psychische problemen dan degene die zich niet heeft geuit.
20 jaar later
Activisme an sich zou geen therapie zijn, wel een teken van een goede geestelijke gezondheid. En geen actie ondernemen tegenover een mondiale bedreiging zou angstwekkend zijn, omdat het duidt op een onvermogen om met de moeilijkheden van het dagelijks bestaan om te gaan. De jongeren die in 1985 niet in het geweer waren gekomen, meldden dat ze moeite hadden om hun angst in daden om te zetten, en dat dit een ongunstige invloed had op andere aspecten van hun leven. Het is dus niet verwonderlijk dat ze 20 jaar later mentaal kwetsbaarder zijn.
Op die manier kunnen verontwaardiging en protest een leerschool zijn, een wijze waarop je op zoek kunt gaan naar oplossingen en je angst kunt transformeren in plaats van die te internaliseren. Daar kan educatie toe bijdragen. Boehnke en Wong stelden ook vast dat het opleidingsniveau van jongeren dikwijls een voorspeller is van hun activisme. Door je te documenteren, te lezen – en verontwaardigd te zijn – werk je al aan je angsten. Je geeft er structuur aan en voorkomt dat je onverschillig wordt, terwijl diep binnenin de angst blijft zinderen.
Op 20 oktober bevestigt nota bene de wiskunde de bangste vermoedens van de huidige protestbeweging. Niks geen samenzweringstheorieën. Drie Zwitserse systeemanalisten (de systeemanalyse is een interdiscipline tussen informatica en bedrijfskunde) brengen aan het licht dat minder dan één procent van de bedrijven 40 procent van het bedrijvennetwerk controleert. Die minder dan één procent (147 in aantal) zijn hoofdzakelijk banken, waaronder Barclays en Goldman Sachs. Volgens financiële experts ligt de waarde van de Zwitserse studie niet zozeer in dat ze aantoont wie de mondiale economie bezit, maar dat ze de hechte connecties tussen een klein aantal bedrijven laat zien. In 2008 bleek al dat zulke netwerken niet stabiel zijn. Laten we onze verontwaardiging niet onderdrukken.
Geschreven in Algemeen , Psychologie , Maatschappij | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken







Evolutiepsycholoog Jesse Bering heeft een nieuw antwoord op de aloude vraag: waarom geloven zo veel mensen in God? Dat doet hij uit de doeken inn zijn boek Het Godsinstinct, dat zojuist in het 













| 


