Een bijzondere comeback
Het reukcentrum in de hersenen is nauw verbonden met het limbische systeem, dat betrokken is bij emoties, angst en geheugen. Toch gold de reukzin lange tijd als het zwakke kleine broertje van het gezichtsvermogen en het gehoor.
De wereld om ons heen is reukloos. Of beter gezegd: alles rondom ons
ruikt zoetig, als gevolg van de schoonmaakproducten, wasmiddelen en al
het andere geparfumeerde spul waarmee we onze omgeving vullen. Verder
vinden we de geur van koffie, versgebakken brood en de natuur
(meestal) lekker.
De meerderheid van de menselijke geuren geldt dan weer als
weerzinwekkend. Zijn geuren misschien te direct? Toch is de reukzin
nodig, blijkt onder meer uit onderzoek dat aantoonde dat depressieve
mensen minder goed ruiken. Defecten aan het reukvermogen kunnen er zelfs
toe leiden dat iemand zich terugtrekt en sociale contacten gaat mijden,
wat we wel eens zien bij mensen met schizofrenie. De reukzin is een bij
uitstek sociaal zintuig, hoewel we het veelal onbewust gebruiken. Die
bepaalt of we iemand sympathiek vinden of niet en zelfs of we iemand als
dan niet seksueel aantrekkelijk vinden. 10.000 geuren
Lange tijd stond onze reukzin in de schaduw van de als veel belangrijker beschouwde zintuigen gezichtsvermogen en gehoor. Dat is niet zo verwonderlijk, want onze reukzin ging er flink op achteruit toen we in een ver verleden rechtop begonnen te lopen. Deze opvatting sluit op het eerste gezicht aan bij recent genetisch onderzoek. Het toonde aan dat het leeuwendeel van de zoogdieren genen heeft die coderen voor ongeveer 1000 verschillende types reukreceptoren. De meeste ervan komen niet tot expressie bij mensen, waardoor onze neus slechts met 400 reukreceptoren is toegerust. Toch kan een mens minstens 10.000 verschillende geuren ruiken.
Beeldvormingtechnieken laten dan ook een ander plaatje zien. Zo blijkt dat er meer plaats is toebedeeld in het brein aan het verwerken van geuren dan werd aangenomen op basis van de anatomie. Charles Greer van Yale University heeft aangetoond dat onze neus en ons brein buitengewoon goed met elkaar verbonden zijn. Elke groep receptoren is gelinkt met veel meer neuronale gebieden dan bij andere dieren. Daardoor zouden we in staat moeten zijn om een hoop binnenkomende geuren te detecteren. En inderdaad blijkt dat we enkele druppels van extreem sterk ruikende stoffen kunnen ruiken in een zwembad met Olympische afmetingen.
Bovendien is aangetoond dat het reukcentrum in de hersenen nauw verbonden is met het limbisch systeem, dat betrokken is bij de emoties, angst en het geheugen. Dat geuren onze stemming kunnen beïnvloeden kwam vorig jaar naar voren uit een internationaal opgemerkte studie van Hendrik Schifferstein van de TUDelft. Hij leidde een team van onderzoekers die probeerden de ervaringen van clubbezoekers ermee te veranderen. Daarvoor maakten ze gebruik van drie geuren: ontspannende sinaasappel, stimulerende pepermunt en neutraal zeewater. Het experiment vond plaats in drie studentensteden. Toen de geuren op de twintigers werden losgelaten, dansten ze meer, feestten ze harder en meldden dat ze meer genoten van hun avondje uit dan wanneer dat niet het geval was. Ze waren ook vrolijker en meenden zelfs dat de muziek beter was.
Depressie daarentegen stompt de reukzin af. Het deel van de hersenen verantwoordelijk voor de geurzin is kleiner als je depressief bent. Dat kan verklaren waarom diverse psychische aandoeningen dat zintuig onderdrukken. Depressie, schizofrenie en seasonal affective disorder (SAD) doen dat alle drie. Om uit te zoeken waarom dat het geval is, stelden onderzoekers uit Dresden 21 zwaar depressieve mensen en 21 niet depressieve deelnemers bloot aan een licht geurende chemische stof. Daarbij werd de concentratie gestaag opgevoerd totdat de vrijwilligers die konden ruiken. Met magnetische resonantie-beeldvorming werd het deel van hun brein gemeten dat ons onze reukzin geeft – de zogenoemde reukkolf waaruit de reukzenuwen ontspringen. De niet depressieve testpersonen konden de geur op een significant lager niveau ruiken dan de depressieve. Laatstgenoemden hadden een reukkolf die wel 15 procent kleiner was. Een en ander heeft waarschijnlijk te maken met de neurogenese – de groei van nieuwe zenuwcellen in de hersenen.
Le temps perdu
‘Hij doopte een madeleinekoekje in de bloesemthee, proefde en rook, en als bij toverslag trokken alle beelden uit zijn jeugd aan zijn geestesoog voorbij.’ Wie kent de beroemde ‘madeleine-scène’ uit Prousts A la recherche du temps perdu niet? Of beter gezegd: wie kent deze beroemde anekdote niet? Geuren zijn erg goed in het oproepen van herinneringen, maar het is wel een mythe dat ze meer gedetailleerde herinneringen triggeren dan andere stimuli. ‘De herinnering is niet accurater en je herinnert je niet méér details,’ aldus de Israëlische wetenschapper Yaara Yeshurun, ‘maar die herinnering is uniek omdat ze meer emotioneel geladen is.’ Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat bepaalde hersengebieden gespecialiseerd zijn in emotie én de waarneming van geuren. Ook bestaat er een sterk verband tussen emotie en herinnering. Voorts is de link tussen een herinnering en een geur sterker als die laatste onaangenaam is. En er is nog iets bijzonders – de allereerste keer dat we iets ruiken en een geur met iets associëren, brengt dat een heel sterke reactie teweeg in het brein. Zo wordt die herinnering veel sterker vastgelegd. En dat gebeurt niet als het gaat om het gehoor en het zicht.
Geschreven in Hersenwetenschap | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken










Evolutiepsycholoog Jesse Bering heeft een nieuw antwoord op de aloude vraag: waarom geloven zo veel mensen in God? Dat doet hij uit de doeken inn zijn boek Het Godsinstinct, dat zojuist in het 












| 


