De verstrengeling van liefde en haat
Sommige wetenschappers spreken meer tot de verbeelding dan andere. Ik heb zo’n vermoeden dat dat ook de boeiendste zijn. Iemand die bijzonder tot mijn verbeelding spreekt is neurobioloog Semir Zeki van University College. Zo zegt Zeki dat kunst en het brein geen twee verschillende dingen zijn omdat ze dezelfde functie hebben: het verwerven van kennis. Ik heb hem de voorbije zomer geïnterviewd. Hij had het toen over de ideeën die hij uitwerkt in zijn nieuwe boek, Splendours and Miseries of the Brain, dat deze maand verschijnt bij Blackwell. Dat vraaggesprek vindt u terug in Psyche&Brein nummer 4 van dit jaar.

Zeki vertelde me een hoop boeiende dingen, niet alleen over zijn eigen onderzoek, maar ook over literatuur, kunst en filosofie ... Ook had hij het over liefde, waarnaar hij al jarenlang onderzoek verricht. Waarom zorgt liefde zo vaak voor ellende? Volgens hem heeft dat heeft te maken met de manier waarop we kennis verwerven. Het brein verwerft kennis door de vorming van concepten. Die laatste zijn ‘synthetisch’: een synthese van al wat we hebben gezien. Je kunt ze tot op zekere hoogte vergelijken met platoonse ideeën. Een ‘echt’ iemand kan dus nooit beantwoorden aan het concept van degene op wie je verliefd wilt zijn. ‘We betalen een grote prijs voor de buitengewone efficiëntie van het brein’, zei Zeki me.
De stap van ongoocheling in de liefde naar haat is niet zo heel erg groot. Zoals de volksmond zegt: die twee liggen dicht bij elkaar. Zojuist werd dat bevestigd door onderzoek van Semir Zeki en zijn collega John Paul Romaya aan het ‘haatcircuit in het brein’. (U vindt het onderzoeksartikel ‘Neural Correlates of Hate’ terug op www.plosone.org ).
Het effect van gehate gezichten
Net zoals romantische en moederliefde, is haat een ‘complexe, biologische gemoedstoestand’ die doorheen de geschiedenis mensen heeft aangezet tot heroïsche zowel als kwaadaardige acties, zeggen de wetenschappers van University College. Maar in tegenstelling tot romantische liefde, is haat niet per se gericht tegen een individu. Zo kan haat zich ook richten op een samenleving of een etnische groep.
Zeki en Romaya selecteerden 17 testpersonen die iemand, veelal een ex-geliefde of een collega, uitgesproken haatten (één vrouw had een bloedhekel aan een bekend politicus).
De proefpersonen vulden een vragenlijst in met het doel het niveau van hun haat te kunnen vaststellen. Ze kregen vervolgens in de scanner een foto te zien van het gezicht van de gehate figuur plus drie andere, minder provocerende gezichten.
De resultaten toonden aan dat het ‘liefdescircuit’ en het ‘haatcircuit’ in het brein twee hersengebieden gemeen hebben, namelijk de putamen en de insula. De putamen is het gebied dat ons lichaam voorbereidt op beweging, zodat het actief kan zijn om een geliefde te beschermen of om zich verweren tegen agressie of hatelijkheden vanwege de gehate persoon. Het tweede gebied, de insula, wordt geassocieerd met gevoelens van leed, zoals jaloezie. De neurbiologen kwamen voorts tot de bevinding dat het haatniveau dat tot uiting was gekomen in de vragenlijsten overeenkwam met de hoeveelheid hersenactiviteit tijdens het scannen.
Intrige en haat
En er is méér. Zeki en Romaya legden ook een duidelijk onderscheid tussen liefde en haat bloot. De gebieden in de frontale cortex,die te maken hebben met ratio en beoordelingsvermogen zijn minder actief als je een geliefde ziet dan wanneer je een neutraal iemand ziet. Dat houdt dus in dat je minder kritisch bent tegenover je partner of geliefde. Bij de haatdragende proefpersonen trad die verminderde activiteit slechts in een klein deeltje van die gebieden op. Volgens Zeki lijkt er dan ook op dat terwijl je je zinnen verliest als je verliefd bent, je juist helemaal bij de les blijft als je haat, teneinde degene die je haat berekend te kunnen treffen. Kennelijk hebben de onderzoekers meteen ook even aangetoond waarom ‘liefde maakt blind’ zo’n wijdverbreide volkse wijsheid is.
Vaak wordt de relatie tussen wetenschap en gevoelswereld gezien als een simplistische tegenstelling tussen kilheid en afstandelijkheid aan de ene kant en rijke, emotionele menselijkheid aan de andere kant. Een onderzoek als dit toont aan dat dat cliché niet klopt, integendeel. Het duidt er juist op hoe menselijk onze gevoelswereld is. Want hoe beter je iets begrijpt, hoe begripvoller je bent en hoe meer je iets kunt hanteren. In elk geval wordt ons geestesleven nu langzaam aan doorgrond door de neurobiologie. Ik ben dan ook geneigd Zeki gelijk te geven wanneer hij zegt dat dat het meest boeiende onderzoeksgebied van deze tijd is.

- Aanrader: profzeki.blogspot.com
- U kunt Psyche&Brein nr. 4 met het interview met Semir Zeki nabestellen op eosmagazine.eu






HoofdZaken













