De terugkeer van Sigmund Freud
Kwatongen beweren dat Sigmund Freud de neurologie liet voor wat ze was, toen er zich in zijn praktijk steeds meer dames met seksuele problemen begonnen aan te dienen. Hoe dan ook, de neurologie heeft Freud (her)ontdekt.
Zoals bekend heeft de psychoanalyse het al een tijdlang hard te verduren. Ze wordt als pseudowetenschap afgedaan en haar beoefenaars verketterd als charlatans. Aan de andere kant hebben psychoanalytici in de ruim 100 jaar die intussen zijn verstreken, geen enkel lab uit de grond gestampt. Ze zijn niet te bespeuren op wetenschappelijke congressen, laten hun verhandelingen niet in de geijkte wetenschappelijke bladen verschijnen en zijn buitenstaanders voor de wetenschappelijke wereld.Dat betekent niet dat hun hypotheses nooit zijn getest, maar sommige ervan kun je helemaal niet testen. En op de meest testbare ervan valt een en ander af te dingen. Denk aan het Oedipuscomplex of de seksuele inhoud van dromen. Over de therapeutische doeltreffendheid kun je niets zeggen, want psychoanalytici doen niet aan dubbelblinde klinische studies en dus ook niet aan follow-upstudies. Dat is tenminste wat de tegenstanders beweren.
De voorstanders ontbreekt het evenmin aan munitie, maar hun stemmen klinken minder luid. Ten eerste heeft de psychoanalyse onze kijk op wie wij zijn ingrijpend veranderd, dat is een moeilijk te weerleggen argument. Ze richt zich op thema’s die niet makkelijk meetbaar zijn, maar dat betekent niet dat ze geen oplossingen biedt. Voorts is de psychoanalyse enorm geëvolueerd sinds de dagen van Freud en heeft ze onderzoek van betekenis voortgebracht. Daar zijn wel degelijk controlegroepen en peer-reviewed publicaties aan te pas gekomen. Heel wat ideeën die oorspronkelijk uit de psychoanalyse komen, worden intussen alom geaccepteerd. Denk aan de bepalende invloed van de relaties uit kinderjaren op de volwassen persoonlijkheid. En het basale idee van een dynamisch onbewuste dat onze bewuste ervaringen en relaties met andere mensen vormgeeft heeft geleid tot een toenadering met andere disciplines zoals de neurowetenschap.
Wordt het toch dan nog iets tussen die onverenigbare twee? Wat hebben ze gemeen? Een kleine tien jaar geleden gewaagde neuropsycholoog Mark Solms in Scientific American al van een terugkeer van Freud. Solms stelt dat de ruwe schets die Freuds van de menselijk geest maakte – met het ‘Es’, het ‘Ik’ en het of ‘Boven-ik’ – een markante overeenkomst vertoont met de hersenstructuur volgens de neurologen. Ook wordt het steeds duidelijker dat een groot deel van onze bewuste handelingen onbewuste motieven heeft. Patiënten die zich gebeurtenissen niet bewust kunnen herinneren als gevolg van schade aan de structuren die herinneringen coderen, blijken niettemin beïnvloed door ‘vergeten’ voorvallen.
Meer dan een eeuw nadat Sigmund Freud zijn beroemde praatkuur uitvond, wordt haar effectiviteit nu door hersenonderzoekers bevestigd. De Weense psychiater zou in zijn vuistje lachen, want hij was degene die oorspronkelijk een model van de menselijke psyche wilde ontwikkelen dat een biologische basis bezat. Alleen stonden de methodes van het moderne hersenonderzoek niet tot zijn beschikking.
Wetenschappers hebben zojuist het therapeutisch effect van psychoanalyse in het brein onderzocht. Twintig depressieve patiënten die aan de criteria van een chronische depressie beantwoordden, begonnen bij ervaren psychoanalytici met een behandeling van twee tot vier uur per week. Na vijftien maanden hadden de betrokkenen gemiddeld 129 sessies voltooid. Alles bij elkaar duurde de therapie twee tot vier jaar, afhankelijk van de diagnose. In de controlegroep zaten twintig mensen die qua leeftijd, geslacht en opleiding met de patiënten overeenstemden. Elf mensen leden aan terugkerende episodes van een zware depressie. De neuronale situatie en de veranderingen werden in beeld gebracht met fMRI (functional magnetic resonance imaging) en met een EEG (elektro-encefalogram). Dat gebeurde bij het begin van de behandeling, dan opnieuw na zeven of acht maand en ten slotte nog eens na vijftien maand. Het onderzoek, de Hanse-neuropsychoanalysestudie, wees uit dat de aanvankelijk overgevoelige emotiecentra van depressieve patiënten na maanden behandeling minder prikkelbaar werden.
Komt de droom van de grondlegger van de psychoanalyse eindelijk uit? We zijn er nog niet helemaal, maar er is al een veelbelovende aanzet, aldus de wetenschappers van de Hanse-studie. De International Neuropsychoanalysis Society telt intussen een keur van wetenschappers als Antonio Damasio, Eric Kandel en Vilayanur Ramachandran onder haar leden. Freud is helemaal terug en het heeft er alle schijn van dat hij een blijvertje is.
Geschreven in Psychologie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken

Toch blijft de droom van een dieet dat het brein opkrikt springlevend. Recentelijk gaat de aandacht ook uit naar de flavonoïden, die je aantreft blauwe bosbessen, zwarte bessen, cacao groene thee, granen en rode wijn. Zo heeft Jeremy Spencer van de Universiteit van Reading in het Verenigd Koninkrijk in het effect ervan bestudeerd op ratten. Spencer en zijn team ontdekten dat deze stoffende leeftijdsgerelateerde achteruitgang van het geheugen ongedaan kunnen maken. De diertjes kregen dagelijks tussen de 120 en 150 gram bosbessen te eten. Hun geheugen begon er na drie weken op vooruit te gaan. De verbetering hield in dat de oudere ratten even goed presteerden als de jonge. Dat werd getest door de knaagdieren in een doolhof te plaatsen waar zich op het eind van de zoektocht lekkers bevond. Hun snelheid en precisie bij het vinden ervan werden gemeten.















Evolutiepsycholoog Jesse Bering heeft een nieuw antwoord op de aloude vraag: waarom geloven zo veel mensen in God? Dat doet hij uit de doeken inn zijn boek Het Godsinstinct, dat zojuist in het 




| 