Darwin-festijn in Cambridge
U hebt wellicht al meermaals gehoord of gelezen dat 2009 gebombardeerd werd tot Darwin-jaar -tenzij u de voorbije maanden doorgebracht hebt op Mars, of in een van de vele uithoeken van Amerika. Charles Robert Darwin (1809-1882) zou volgend jaar maar liefst 200 jaar geworden zijn, ware het niet dat de dood daar een stokje voor gestoken heeft. Tegelijkertijd ligt zijn magnum opus, On The Origin Of Species, precies 150 jaar in de betere boekhandel. Reden genoeg om te vieren, hoor ik u zeggen, en in Cambridge (UK) hebben ze dan ook grootse plannen.
Darwin en Cambridge
Waarom Cambridge? Wel, een betere vraag is wellicht: waarom niet? Om te
beginnen is Darwin een alumnus van Christ’s College,
een van de vele onderwijsinstellingen annex studentenresidenties in Cambridge. Meteen
na het afstuderen voer hij gedurende vijf jaar de wereld rond op de HMS Beagle.
De specimens die hij onderweg te pakken kreeg, verstuurde hij meteen naar zijn
mentor in Cambridge, de bioloog John Stevens Henslow. Na zijn reis keerde
Darwin terug naar Cambridge, en gebruikte zijn collectie om een nieuwe, baanbrekende hypothese te staven: evolutie door natuurlijke selectie. Het overgrote deel van
Darwins collectie, gaande van de bekende galapagos-vinken tot zijn persoonlijke microscoop,
bevindt zich nog steeds in Cambridge, verspreid over de verschillende musea en
faculteiten in de stad: The Museum of Zoology, The Sedgwick Museum of Earth Sciences, The Whipple Museum of the History of Science, enzovoort. In de universiteitsbibliotheek worden zijn
notitieboekjes, manuscripten,
briefwisseling
(meer dan 14000 brieven naar 2000 correspondenten!) en zelfs zijn persoonlijke
bibliotheek bewaard. Ten slotte is er ook nog het Darwin College in Cambridge –
een reeks van prachtige gebouwen die opgekocht werden door een van Darwins
zonen, en ingericht werden als verblijfplaats voor studenten. Darwin College
organiseert overigens jaarlijks een uitstekende lezingenreeks.
Het thema van dit jaar hoef ik niet meer te verklappen, denk ik. Een groot deel
van deze instellingen zullen hun deuren openen tijdens het Darwin-jaar; een
aantal onder hen grijpen de gelegenheid aan om thema-tentoonstellingen te
organiseren.
Het Darwin Festival (5-10 juli 2009)
Het hoogtepunt van deze Darwin-manie is uiteraard het vijfdaagse Darwin
Festival 2009,
ook in Cambridge. Het is één langgerekte reeks van workshops, seminaries en lezingen, geleid door de fine fleur van het hedendaagse darwinisme. Een greep
uit het overweldigende aanbod van sprekers: Richard Leakey,
de befaamde Keniaanse paleoantropoloog en politicus; Sir David Attenborough,
bekend van zijn verrukkelijke natuurdocumentaires; Richard Dawkins en Daniel
Dennett,
moderne kruisvaarders van het darwinisme; Janet Browne,
auteur van een van de beste Darwin-biografieën; en Randolph Nesse,
een van de grondleggers van de evolutionaire geneeskunde en evolutiepsychiatrie (jaja, er is een verband met het thema van mijn blog).
Het zijn stuk voor stuk begenadigde sprekers, met een indrukwekkende staat van
dienst. Het enige minpunt van de organisatie is dat het inschrijvingsgeld
behoorlijk hoog is (250 pond voor vijf dagen, exclusief maaltijden en
overnachting), en dat u zich voorlopig enkel kan inschrijven voor het volledige
programma. Inschrijven kan vanaf maandag 24 november 2008.
Een bezoekje waard
Moest u nog wat tijd over hebben kan u ook deelnemen aan een aantal
gegidste themawandelingen door Cambridge, op zoek naar sporen van Darwin. Of u
kan ook gewoon op eigen tempo rondkuieren in de stad, de prachtige kruidtuin
bezoeken, een dutje doen in een van de vele parken langs de rivier Cam, of de
lokale culinaire specialiteiten uitproberen. Een stinkende bisschop, bijvoorbeeld,
of een lauwwarm biertje zonder schuim. Cambridge is een mooie stad, en ik kan
het weten. Ik woon er...
Geschreven in Algemeen | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken
Nog een ander voorbeeld van een savantistisch talent is hyperlexie. Er zijn namelijk kinderen die op akelig vroege leeftijd (soms zelfs al in hun derde levensjaar) de krant kunnen voorlezen aan hun familieleden, ook al begrijpen ze geen jota van wat er staat. Beide laatste vormen van het savant-syndroom geven aan dat het niet evident is om zulke talenten als uitingen van creativiteit te beschouwen. Vereist creativiteit dan niet meer dan een ‘geestloze’ mechanische activiteit? Verwachten we niet ergens dat een creatief proces voortvloeit uit de persoonlijkheid van zijn schepper? Ook in het geval van Stephen kan men moeilijk spreken van creativiteit. Zo viel het me op dat hij, bij het tekenen van een gigantische skyline van zijn thuisstad, tegelijkertijd allerlei andere dingen kon doen: een praatje slaan met voorbijgangers, muziek beluisteren,... Ook Stephens houding tegenover zijn ‘kunstwerken’ is minstens ambigu te noemen: zodra ze klaar zijn laten ze hem Siberisch koud. Hij toont met andere woorden niet de trots die een ‘echt’ creatief genie aan de dag zou leggen. 
| 