SciLogs International .com.be.es.de

Recentste blogposts RSS

Psychologie van de angst en de financiƫle crisis

06. December 2011, 10:39

Het was geen leuke zomer voor wie kranten las. Wat tot dan grotendeels op de econmiepagina’s stond, werd voorpaginanieuws. Steeds meer bloed spatte er van de titels, met termen als angst, paniek, bloedbad, ongekende crash…. Aanvankelijk geen reden tot paniek dacht ik, want in als je de meer gematigde specialisten las, wat het allemaal gebaseerd op fictie. De onderliggende economische realiteit was immer grotendeels in orde. De helse dalingen van de beurzen en de speculatie tegen de monetaire zwakke was grotendeels gebaseerd op speculatie en angst. Maar het werd steeds erger. En op den duur werd het ook waarheid: de eurocrisis, een bank failliet, grote onzekerheid en dagelijks wel een of ander financieel bloedbad. Iedereen is bang om verlies te maken en daarom gooit men massaal de obligaties van de zwakke landen op de markt die daardoor nog zwakker worden en ook reëel in een crisis terecht komen. Niemand is nog veilig. Als psycholoog doet je dat nadenken.



Uiteraard zijn er voor de financiële crisis een aantal onderliggend factoren: een wat slabakkende economie en hoge staatsschulden. Maar het is niet ondenkbaar dat die factoren niet noodzakelijk tot een crisis van deze omvang hadden moeten leiden. De crisis is groter is geworden en dreigt uit de hand lopen door een aantal vermijdbare psychologische mechanismen. Je zou kunnen spreken van angstinductie die tot panisch en onredelijk gedrag gaan leiden dat zichzelf voortdurend versterkt. Paniekerige krantenkoppen, overreagerende beurzen, economen met doemscenario’s: het doet niet enkel angst ontstaan maar vergroot die en heeft als pervers effect dat wat men vreest ook effectief gaat gebeuren. Een perfect voorbeeld van de vicieuze cirkel. Je vraagt je af waarom niet meer psychologen opstaan om de journalisten, de ratingbureau’s en de traders te bezweren hiermee op te houden…ze worden immers zelf het slachtoffer van de angst.

De psychologie van de angst leert ons dat niets zo besmettelijk is als angst. In dit geval gaat het om zeer substantiele dingen: de angst voor een wereldwijde instorting van het financieel systeem, het verlies van de eigen spaargelden en dus de armoede wordt niet alleen opgeroepen, maar voortdurend in stand gehouden en er worden apocalyptische scenario’s geschilderd die die angst nog vergroten. Het gaat om een bedreiging van het verlies van wat wij zeker in het westen als een ‘normale’ basis zijn gaan beschouwen: dat je geen honger hebt, een dak boven je hoofd, inkomen en liefst nog heel veel daarbij. Dat komt des te harder aan omdat wij in een maatschappij leven die minstens de illusie wekt(e) dat alles controleerbaar is en wij ons leven in handen kunnen nemen. Tegelijk merken we dat de globalisering de zaken onoverzichtelijk en oncontroleerbaar maakt. Het is te complex voor de menselijke psyche. Op dat moment ervaren we aan de lijve hoe emoties en rationaliteit met elkaar verbonden zijn.

Angstprikkel
Angst is een van de meest essentiële emoties. We hebben ze nodig voor onze eigen veiligheid. Zoals alle emoties wordt ze veroorzaakt door een externe prikkel. Alles hangt dan af van de betekenis die ik aan de angstprikkel kan geven. Stel: er springt plots een hond op je af. Je bent even verlamd van angst en dan ga je de situatie interpreteren: is de eigenaar erbij, kan ik de hond vermijden, hoe gedraag ik me… en stel: de eigenaar roept de hond terug, er gebeurt verder niks. Je ‘plaatst’ de emotie en de volgende keer zal je wat beter rondkijken, maar er is geen blijvende schade. Met andere woorden: de invloed die de angst op je heeft, hangt af van de mogelijkheden die je hebt om de situatie te plaatsen en te overwinnen zonder al te veel schade. Daar komt bij dat sommige mensen van nature angstiger zijn dan anderen, of door stressvolle gebeurtenissen in hun leven angstiger zijn geworden. Voor dergelijke ‘state anxiety’ types is de manier waarop de crisis in de media wordt uitgeschreeuwd schadelijk. Maar ook voor minder angstige types is deze paniekstemming ongezond.

In tegenstelling tot ons voorbeeld van de hond, is de financiële crisis een oncontroleerbaar gegeven voor het individu. Anonieme machten lijken het te sturen. Als we geen controle hebben tast angst al onze functies aan. De ‘uitvinder’ van de stresstheorie, de Amerikaanse psychiater Richard Lazarus zegt dat er verschillende lagen van ‘appraisal’ - inschatting - van de emotie en toont aan hoe langdurige angst zonder efficiënte appraisal zelfs tot genetische veranderingen kan leiden. Een angstig mens, verliest zijn daadkracht. Kinderen die veel angst hebben gekend, zijn geremd in hun ontwikkeling en creativiteit. Angst verlamt en maakt egocentrisch. Dat merk je in de reactie van politici en beleggers. Angst maakt ook je perceptie heel selectief. Dat verklaar waarom pogingen om het tij te keren, altijd als ‘te weinig’ worden ervaren en men enkel focust op dat te weinig. Angstige mensen kunnen slechts tijdelijk worden gerustgesteld, daarna duikt de angst weer op, soms nog heviger. We komen collectief terecht in een angstneurose, zelf psychose, met selectieve waarneming, verlamming, paniekreacties, vermindering van de cognitieve functies, depressie. Maar er is nog een gevaar: angst verlamt niet alleen, het kan ook leiden tot woede en agressie. De machteloze woede tegen de speculatie en de rating, brengt mensen tot redeloze agressie, waarbij men wild om zich heen slaat en mensen die er niets mee te maken hebben aanvalt zoals onlangs in Londen. Tegelijk slaagt men er niet in een alternatief te formuleren. Dat is ook het verwijt dat men de Occupy-beweging en de Indignado’s maakt: ze bieden niet echt een alternatief en vervallen soms in anarchie.

Psychologen op de beursvloer?
Als het waar is dat de crisis voor een groot deel door angst (en dus door psychyologische) factoren is veroorzaakt of minstens zwaar in de hand gewerkt, dan is er voor de psychologie een wezenlijke rol weggelegd in de economie en op breder vlak in de manier waarop een maatschappij zichzelf ervaart. Die lijkt ze tot nu toe niet echt op te nemen. We behandelen vooral de slachtoffers van dit proces, terwijl we het proces zelf niet voldoende deconstrueren en verhelderen. En dat proces is dat de financiële crisis ons overlevert aan de angst omdat we geen afstand meer kunnen nemen van de ‘wetten’ van de beurs, de financiële wereld, de globalisering... Het lijken anonieme mechanismen geworden, die we niet meer kunnen sturen. Die een soort van ‘lot’ zijn, volkomen gedetermineerd en onbediscussieerd. Mensen die het gevoel hebben passief overgeleverd te zijn aan die mechanismen, verliezen de ‘zin’ en dan komen angst, woede en depressie in de plaats. Sociaal psycholoog Roy Baumeister noemt het controlegevoel (efficacy) - dat je iets kan beïnvloeden door er mee om te gaan - wezenlijk voor de beheersing van angst. Samen het gevoel dat iets een waarde heeft en een doel, en dat je daarin je eigen waarde kan ervaren, vormt deze efficacy volgens hem een wezenlijke voorwaarde tot zingeving. Mensen moeten het gevoel hebben dat ze een actieve rol kunnen spelen in de gebeurtenissen en dat het ergens heen gaat. Dan kan men een mindere periode ook uithouden als doorgang.

De basis van elke psychotherapie is dat zij gelooft dat de mens niet overgeleverd is aan de gebeurtenissen, maar er mee aan de slag kan en subject kan worden van zijn eigen bestaan. Daar komt ze heel dicht bij de spiritualiteit. Spirituele tradities zoeken naar een kracht en vaste grond die je in staat maakt in de wisselende omstandigheden van het leven ‘stand’ te houden en je eigenwaarde te behouden. Zowel spiritualiteit als psychotherapie zoeken dus naar een actieve houding die de het overgeleverd zijn aan de gebeurtenissen bestrijdt.

Het is niet toevallig dat de religiestichters zeer afwijzend stonden tegenover geld. Boeddha predikt onthechting, Jezus waarschuwt voor de macht van het geld over de mens. Hij noemt het geld zelfs een afgod – de Mammon (zie afbeelding). Typisch voor de afgod is dat het een anonieme macht is die geen rekening houdt met de mens en wiens gunsten moeten afgekocht worden door offers. De parallel met wat er nu gebeurt, is wel helder. Is het geen tijd voor een psychotherapie die de determinismen van de ‘economische afgod’ bekritiseert, ontmaskert en ont-macht? En die helpt over crisissen zo te communiceren dat mensen niet verlamd raken? Het gaat er niet om  de realiteit te ontkennen – dat zou hoogst onpsychologisch zijn – maar wel te laten zien hoe deze mechanismen interfereren met emoties en een helse cirkel op gang brengen. Mijn krant zou alvast een goede psycholoog kunnen gebruiken…


Zie ook:
http://www.utwente.nl/cw/theorieenoverzicht/Theory%20clusters/Health%20Communication/transactional_model_of_stress_and_coping.doc



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Bidden goed voor de gezondheid?

06. December 2010, 13:48

‘Psychiatrische patiënten voelen zich beter als ze geleerd hebben hoe ze kunnen bidden want dat helpt hen ook bij het hanteren van problemen’. Dat concludeert onderzoeker Peter de Rijk, die een cursus 'Bidden: hoe doe je dat?' voor deze patiënten ontwikkelde. Bidden zou voor patienten fungeren als een vorm van cognitieve therapie, waardoor ze zich in hun dagelijks functioneren beter voelen, aldus de onderzoeker. De Rijk heeft een methode ontwikkeld waarin groepen langdurig zieke patiënten in een instellingen wonen. Tijdens een soort van cursus maakten ze hun eigen 'bidplan'. Zij bleken zich in het algemeen beter te voelen en beter met hun problemen te kunnen omgaan.

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat bidden goed is voor de gezondheid. Op zich is dat geen eenduidig gegeven. Maar wat is bidden en waarom en wanneer heeft een effect op de geestelijke of lichamelijke gezondheid? Bidden schijnt te behoren tot de religieuze competentie van de mens. In alle culturen en godsdiensten tref je het aan. In zijn religieuze betekenis gaat het om een contact met de godheid. Dat contact kan op diverse manieren verlopen. In de primitieve religies gaat dit vrij eenzijdig: het is voornamelijk eenrichtingsverkeer van de mensen naar de goden waarin deze mensen hen smeken hen niet te vernietigen of om de orde van de kosmos te handhaven. In de meer geëvolueerde vormen van religie wordt bidden steeds meer een dialoog. Uiteraard is dit geen gewone, menselijke dialoog, maar de gelovigen uit de diverse religieuze tradities beweren dat zij met God communiceren en dat er met andere woorden twee kanten een gesprek gevoerd wordt. Hoe moeten we ons dit voorstellen?

Interessant is de ervaring van de mystici te bestuderen. Zij beleven het contact met God als een relatie met het diepste en het hoogste van de werkelijkheid. Zij zijn daarbij voorzichtig met namen voor deze ‘gesprekspartner’ omdat het gaat over het Onnoembare en Onvatbare. Dit spreekt niet letterlijk maar communiceert niettemin op geestelijk niveau en soms via visioenen. Opvallend is dat bidden door alle religies als een wezenlijk element wordt beschouwd van hun godsdienst. Bidden garandeert als het ware dat de hoogste werkelijkheid of God ‘bestaat’ en dat er werkelijk contact is tussen de transcendentie en de menselijke werkelijkheid. Uiteraard spelen ook verhalen en liturgische tradities een belangrijke rol. Maar het individuele gebed is de meest persoonlijke vorm van contact met het transcendente. Vandaar dat er in de religieuze tradities ontelbare gebedenboeken, technieken en getuigenissen over het gebed te vinden zijn.

Naast deze religieuze vorm van bidden bestaat er ook wat je zou kunnen noemen een ‘psychologische’ vorm van bidden. Het is merkwaardig hoe bij onderzoek bijna alle mensen zeggen dat zij regelmatig bidden. Als men dan vraagt wat dit bidden betekent, dan gaat het vaak om een overlopen van de dag en/of om een onbewust of bewust vragen om kracht. Opvallend is dat dit soort bidden niet noodzakelijk een religieuze referentie heeft: heel wat van de mensen zeggen dat ze regelmatig bidden, geven daarbij aan dat ze niet geloven in God, althans niet de God van de religieuze tradities. Het gebed gaat wel ‘ergens heen’, maar de invulling daarvan is onhelder (zie http://www.jacquesjanssen.nl/wp-content/uploads/2009/01/deusdativus.pdf).

Er is dus blijkbaar in de mens een nood aan verdieping, aan inzicht in het eigen leven en aan een vorm van spiritualiteit. Mensen lijken bewust of onbewust contact te zoeken met een transcendente betekenis die wat hen overkomt niet louter anoniem maakt. In deze brede definitie is het natuurlijk de vraag of bidden dan een referent heeft. Ook in het onderzoek van De Rijk wordt de invulling hiervan opengelaten. Mensen die kritisch staan tegenover religie zullen zeggen dat bidden functioneel is. Het is dan een soort troostmiddel, waardoor mensen zich minder verloren voelen.

Niettemin is er een frappant verschil tussen mensen die actief op zoek gaan naar zingeving en daartoe het gebed aanwenden en mensen die dat niet doen, zeker op het vlak van de omgang met ziekte, kwaad en lijden. Bidden geneest een ongeneeslijke ziekte niet op wonderbaarlijke wijze, maar het schept blijkbaar een zekere rust en activeert positieve psychische krachten. Het boort daardoor ‘life resources’ aan, die stress reduceren en tot actievere vormen van coping kunnen leiden, of tot aanvaarding als het niet anders meer kan.? Dat De Rijk mensen een cursus bidden geeft, laat zien dat bidden en bidden twee zijn. Als kind ervaren we al snel dat bidden ook erg dubbelzinnig kan zijn: we herinneren ons nog allemaal dat we als kind heel wat vroegen, maar dat we na verloop van tijd merkten dat we dit niet kregen… wat bij menigeen tot de crisis van het godsgeloof heeft geleid. Volgens psychologisch onderzoek zijn de zgn. colloquial prayer (met eigen woorden bidden) en meditative prayer (meditatief bidden, dus zonder woorden) het efficiëntst. Dat zijn ‘hogere’ vormen van bidden dan het rituele bidden (vaste gebeden) en het vraaggebed. Nog een bewijs dat de religieuze capaciteit van de mens ontwikkeld en gestimuleerd kan worden en dat dit positieve effecten heeft op de psychische en zelfs fysieke gezondheid.

De evolutionist zal al gauw proberen om bidden te klasseren als een soort van overlevingsmechanisme van ons brein omdat het mensen helpt zich comfortabeler te voelen bij het anonieme noodlot. Maar dat betekent nog niet dat deze verklaring de ultieme is. Evolutionistische theorieën reduceren al te zeer de complexiteit van de menselijke werkelijkheid. Ze hebben de tendens neer te kijken op religiositeit, terwijl blijkt dat dit een menselijk vermogen is dat niet infantiliseert, maar tot rijkere en complexere omgang met de werkelijkheid kan leiden. Onderzoek als dit van De Rijk is daar zeer nuttig bij.


Geschreven in Religie en Psychologie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Religie meten?

07. Mei 2010, 16:03

Over religie wordt soms nogal ongenuanceerd gesproken en zeker over gelovigen’. Mensen – ook een aantal wetenschappers – lijken de mensheid op te delen in gelovigen en niet gelovigen, en deze laatste worden niet zelden meer realiteitszin en zelfs intellectueel inzicht toegedicht. Ook in heel wat psychologische studie spreekt men van gelovigen of religieuze populaties zonder verdere nuances.

De bekende godsdienstpsycholoog Gordon Allport had dit in de jaren 50 van vorige eeuw al gezien. Hij maakte een onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke religiositeit. Intrinsiek beleefde religie beïnvloedt het hele leven: hoe men zich gedraagt, beslissingen die men neemt, de levenswijze... Ze heeft een positieve invloed op mentale gezondheid. Extrinsieke religie zou dan veeleer een utilitaire religie zijn. Men gebruikt deze met andere woorden als een middel om dingen te bekomen maar ze beïnvloedt niet de gehele persoon en diens leven. Maar het onderscheid blijft vaag.

David M. Wulff ontwikkelde daarom  een tweedimensioneel schema met 4 polen waarbinnen hij de vier grote houdingen t.o.v. religie definieert. De vier polen of dimensies geven vier basishoudingen aan t.o.v. religie. ‘Literal affirmation’ staat voor de letterlijke interpretatie van bijbelverhalen en geloofsfeiten en staat als dusdanig dicht bij fundamentalisme. Het tweede kwadrant, ‘literal disaffirmation’, wordt gevormd door hen die eveneens de religie letterlijk interpreteren, maar deze interpretatie verwerpen. ‘Restorative interpretation’  staat voor wat Ricoeur de 'seconde naïvité' heeft genoemd: een poging om de objecten van het religieus geloof zo te herinterpreteren, dat men toch kan blijven spreken van een transcendente realiteit. De ‘reductive interpretation’ tenslotte is het radicaal afwijzen van elke religieuze referentie.

David M. Wulff
Het schema van David M. Wulff.

Dirk Hutsebaut en zijn medewerkers van het Center for the Psychology of Religion werkten een nieuwe concept uit voor het meten van religie: de Post-Critical Belief Scale (PBC) of postkritische geloofsschaal. Aan de hand van interviews werd uitgezocht hoe mensen omgaan met geloof en ongeloof. Op basis van kwalitatieve en kwantitatieve analyse ontstaan zo vier profielen van religieuze houdingen: orthodoxie, relativisme, externe kritiek en tweede naïviteit.

De loop van hun onderzoek heeft Hutsebaut en zijn medewerkers ertoe gebracht deze religieuze dimensies te bezien als cognitieve stijlen, zodat ze uiteindelijk tot de vier genoemde zijn gekomen. Zij gebruiken deze schaal om de relatie te bekijken tussen de vier dimensies en waardenpatronen van mensen. De onderzoeksgroep ontdekte ook dat bij mensen die transcendentie aannemen en mensen met een sterk symbolisch vermogen, religie geassocieerd wordt met positieve gevoelens. Bij mensen die de bijbelse teksten of dogma’s letterlijk opvatten, overheersten negatieve gevoelens.

In een recent onderzoek van Jessie Dezutter werd dit bevestigd. Ze deed onder meer onderzoek bij chronische pijnpatiënten. Daaruit bleek de wijze waarop men met religie omgaat, van doorslaggevende aard voor de coping van depressie en pijn is. “Zo hebben we kunnen aantonen dat wie zich ‘letterlijk’ aan de religieuze teksten houdt (“het staat zo in de bijbel dus is het zo”) of omwille van het letterlijk lezen de teksten net verwerpt, meer kans heeft op depressieve gevoelens dan wie symbolisch omgaat met religie” zegt ze.

Dat geldt overigens ook voor maatschappelijke waarden, zoals tolerantie. In tegenstelling tot wat sommigen suggereren, zijn gelovigen over het algemeen veel toleranter en zetten ze zich meer in voor sociaal welzijn dan niet-gelovigen. Het criterium is de tweede naïviteit, die overeenkomt met de zgn. ‘restorative interpretation’ van Wulff, die duidt op de meest gezonde en volwassen vorm van geloof en spiritualiteit. Deze houding is het resultaat van een herinterpretatie van zingeving, transcendentie, religie en spiritualiteit na de toets van de realiteit.

Ook bij mensen die zich niet-gelovige noemen is dit het criterium: als zij dit doen omdat zij de religieuze teksten en dogma’s letterlijk interpreteren, heeft dat een negatieve invloed op hun welbevinden en maatschappelijk engagement. Zij ontwikkelen blijkbaar een niet–religieuze spiritualiteit die hen helpt zin te geven aan wat hen overkomt. Statistisch is deze groep echter vrij klein. In de meeste gevallen blijft religie een rol spelen.

Het zou dus best kunnen dat, net als bij cognitieve en emotionele ontwikkeling die gebaseerd zijn op rijping van hersenstructuren en waarbij bepaalde zones in het brein actief zijn, zijn pendant heeft in religieuze ontwikkeling. Ook hier kan je spreken van een religieuze zone in de hersenen die ontwikkeld moet worden in wisselwerking tussen de cognitieve en emotionele structuren van de hersenen enerzijds en de omgeving anderzijds, in dit geval: de bestaansvragen waarmee een mens zich geconfronteerd ziet.

Religie is dus veel complexer dan men op het eerste zich denkt. Een veel betere vraag dan of je al dan niet gelovig bent luidt dan ook: hoe geloof je? Vanuit psychologische hoek is religieuze ontwikkeling nog onderbestudeerd. Ze verdient meer aandacht, omdat ze, zoals blijkt uit onderzoek, kan helpen om niet enkel het psychische welzijn te verbeteren, maar ook meer tolerantie en compassie kan bevorderen. Het is waar dat ‘slechte’ religie gevaarlijk is, maar ‘goede’ religie helpt zeker. Zeg dus nooit meer zomaar ‘gelovige of ongelovig’…


Geschreven in Religie en Psychologie | 1 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Psychotherapie en spiritualiteit: een angstwerend duo?

18. Maart 2010, 16:36

Alle mensen zijn op zoek naar geluk. Maar in die zoektocht zijn we niet altijd even succesvol. Psychotherapeuten krijgen steeds meer mensen met angst voor zich. Het lijkt erop dat mensen het moeilijker dan vroeger hebben om hun condition humaine te aanvaarden, met de kwetsbaarheid, eindigheid en onzekerheid die daar onvermijdelijk mee verbonden zijn. Het gaat daarbij niet om een exclusief psychisch probleem. Angst daagt je hele bestaan uit.

In steeds meer gevallen lijkt het  te gaan om een
existentiële angst: de angst voor het bestaan als bestaan. Niet toevallig werd de existentiële angst “ontdekt” in de filosofie, met name in de existentiefilosofie van Kierkegaard, Heidegger en Sartre. Voor hen is het bestaan absurd: je wordt erin geworpen, je hebt er niet om gevraagd, je komt heel wat lijden tegen, je hebt soms geluk dan weer ongeluk, en op het einde van de rit gaan we allemaal dood. Je moet beslissingen nemen en die kunnen akelig fout lopen, je bent overgeleverd aan de natuur…

Existentiële angst is bijlange niet  abnormaal. Leven is nu eenmaal beangstigend… Maar we werden ons er blijkbaar meer van bewust in de moderne tijd. “Leven is angst” zei Heidegger zelfs. Maar hoe ga je daar mee om? Dat lijkt vandaag steeds moeilijker. En komen religie en spiritualiteit weer in het vizier: ze houden zich immers bezig met de ‘zin’ van het leven, en proberen de angst een plek te geven. De gevestigde religieuze tradities hebben het - zeker in het Westen - erg moeilijk, maar spirituele wegen zijn menigvuldig. Allerlei min of meer spirituele methodes beloven heelheid en welbevinden. Ze komen meestel uit religieuze tradities, maar worden tot een soort eigenstandige methode, zoals de welig tierende mindfullness.

Religie/spiritualiteit als therapie?
Vanuit psychologisch perspectief is het interessant de vraag te stellen of religie en spiritualiteit mensen inderdaad voor existentiële angst behoeden en waarom ze dat doen. En nog belangrijker: aan welke voorwaarden moeten ze daartoe voldoen? Er is heel wat onderzoek gedaan naar de relatie tussen religie/spiritualiteit en mentale gezondheid. De resultaten lijken te suggereren dat er een positieve correlatie is tussen beiden. Maar niet alle religiositeit maakt even ‘gezond’. Je kan bezwaarlijk zeggen dat een fundamentalist die zich opblaast een goede oplossing vond tegen zijn existentiële angst… Daarom is onderzoek naar de religieuze- of geloofsstijl heel belangrijk.

Ik deed zelf onderzoek naar de relatie tussen al dan niet christelijk geloven en angst en daaruit blijkt dat mensen met een hoofdzakelijk fundamentalistische religieuze stijl angstiger zijn dan mensen die wat men noemt een ‘tweede naïviteit’ hebben ontwikkeld. Dat is een term van de filosoof Paul Ricoeur waarmee hij
het groeiproces beschrijft van de eerste, naïeve opvatting over religie, via de kritische fase en zelfs de ontkenning, naar een meer volwassen geloof. Kenmerkend voor dit laatste is bv. dat men de teksten niet letterlijk interpreteert, een open mentaliteit heeft en de godsbeelden uitzuivert van hun kinderlijke almachts- of schuldprojecties. Het is opvallend hoe mensen met een dergelijke geloofsstijl beter met angst kunnen omgaan. Ik zeg ‘beter’ want het is interessant om te zien dat mensen die een gezonde religieuze overtuiging hebben niet noodzakelijk minder angst vertonen.

Multilineaire regressieanalyse toont aan dat het verschil vooral zichtbaar wordt in de manier waarop deze mensen met de angst omgaan. M.a.w.: geloof lijkt vooral een invloed te hebben op de copingmechanismen: gelovigen met een gezonde levensstijl gaan actiever om met de uitdagingen die het leven stelt en zoeken veel sneller sociale steun, kunnen zich beter uiten en vinden ook makkelijker steun en troost.

Iets doen met je overtuiging
Een factor die de ‘gezondmakende’ kracht van geloof aanzienlijk mee bepaalt is of je ‘gewoon’ gelovig bent of gelovig geëngageerd – m.a.w. dat je iets doet met of voor je geloof. Die laatste groep doet het aanzienlijk beter bij de angstcoping.

Het gaat zelfs zo ver dat de gelovigen en de niet-gelovigen op dat vlak even goed of slecht scoren. Proefpersonen die zeggen dat ze niet weten of ze geloven zijn er het slechtst aan toe: zij vertonen een onduidelijk profiel qua geloofsstijlen en dit correleert met hogere angstscores en een lage actieve coping. Ook leeftijd is een bepalende factor. Hogeschoolstudenten die geëngageerd zijn in hun geloof hebben scoren ongeveer even hoog als hun collega’s niet-gelovigen of gelovigen op angst  maar tegelijkertijd scoren ze erg hoog op actief copen, wat er opnieuw zou op kunnen wijzen dat hun geloof hen helpt beter om te gaan met angst.

Zijn niet-gelovigen dan meer angstig? Proefpersonen die zegden dat ze niet gelovig waren maar wel een uitgesproken levensbeschouwing hadden en daar ook wat mee deden, kwamen er iets minder goed uit dan de gelovig-geëngageerden. Wellicht is het hebben en beoefenen van een overtuiging op zich reeds een helpende factor bij de omgang met existentiële angst.

Therapie en religie
Existentiële angst is een normale angst en we staan allemaal voor de uitdaging hiermee om te gaan. Het blijkt dat een gezonde geloofsstijl gecombineerd met je actief bezighouden met je geloof je hierbij kan helpen. Voor psychotherapeuten is dit alvast een uitdaging om geloofs- of levensovertuigingen te laten uitspreken en ze indien mogelijk te gebruiken als hulpbronnen voor de therapie. Mogelijk, want eerst moet je onderzoeken of de manier waarom iemand zijn religieuze overtuiging beleeft, niet ziekmakend is. In het verleden leken psychologen iets te vlug van de veronderstelling uit te gaan dat religie sowieso pathologiserend was. Die stelling is ondertussen ontkracht. Integendeel, het zou een onderdeel van het therapeutische proces kunnen zijn om de cliënt aan te moedigen zijn spirituele wortels te exploreren en hen zo aan te wenden voor zijn genezing.

Waarom helpt gezonde religie?
Psychologen ontdekken steeds meer de mogelijk helende kracht van religie en spiritualiteit. Empirisch lijkt dat bevestigd te worden. Maar wat is de oorzaak hiervan? Specifiek voor de christelijke religie is het mogelijk dat  het “werkingsmechanisme” gelegen is in een dynamisering van de psychische krachten om om te gaan met de uitdagingen van het bestaan, eerder dan dat geloven een protectieve factor tegen angst zou zijn. Dit zien we weerspiegeld in onze vaststelling, dat gelovig geëngageerden meestal weliswaar wat minder angstig zijn dan gemiddeld, maar dat vooral de actieve copingsdimensies hoger zijn. Het in de therapie stimuleren van de (her)ontdekking van spirituele en religieuze bronnen vindt dus voornamelijk haar nut in deze dynamisering. Verder onderzoek zou deze stelling moeten toetsen.

 

Meer weten:

Johan Van der Vloet, De vruchtbare leegte. Zinvol omgaan met angst, Averbode, 2007.

Harold Koenig, Handbook of Religion and Mental Health, London, 1998.

Geschreven in Algemeen | 6 Reacties | Vaste link | Afdrukken