Zijn de M/V-clichés dan toch waar?

10 Augustus 2010, 13:26

De man-vrouwverschillen: we doen alsof we erboven staan, maar ergeren ons er wel aan. Wat zegt actueel onderzoek over M/V?

 

Hij stamt af van jagers. Dat merk je als hij leden van de andere sekse in de gaten krijgt. Hij is toegerust met een goed ruimtelijk inzicht, maar niet in staat om op twee dingen tegelijk te letten. Met een pathologische vastberadenheid gaat hij recht op zijn doel af. Zijn sociale vaardigheden schieten tekort. En dan heb je zijn gezellin. Zij heeft meer iets van een verzamelaar. Dat zie je duidelijk als er koopjes zijn. Ze heeft een vlotte babbel, maar is hopeloos als het op abstract denken aankomt. Meestal is ze ten prooi aan haar emoties. Als ze zich met zijn tweeën in onbekend gebied bevinden, is het gevaar groot dat ze maar rondjes blijven rijden, want hij weigert de weg te vragen en zij kan geen kaartlezen.

 

 

Clichés in de wetenschap

Dit zijn simplistische karikaturen, maar als het om mannen en vrouwen gaat, zijn de stereotypen hardnekkig. Wat is dat toch met die man-vrouwverschillen? We doen wel alsof we erboven staan en zelfs alsof ze niet bestaan. Maar zowat dagelijks valt het voor dat we in stilte denken dat er iets van aan is, en ons ergeren. Iedereen die eerlijk is, zal je vertellen dat mannen inderdaad soms van Mars lijken te komen en vrouwen van Venus.

Twee recente studies lijken stereotypen rondom stoere kerels en sentimentele meiden te bevestigen. In juni liet Aaron Sell van de Universiteit van Californië in Santa Barbara tweehonderd mannen van over heel de wereld een korte zin inspreken. Hij verzamelde ook gegevens zoals hun borst- en bicepsomvang. Sells studenten moesten dan op basis van de spraakmonsters inschatten hoe goed de sprekers zich tijdens een conflict uit de slag zouden trekken. Het resultaat was ondubbelzinnig: de stem van een man verraadt zijn lichaamkracht.

Nog geen week later volgde de publicatie van Love is in the air van Nicolas Gueguen. De Franse psycholoog liet jonge vrouwen van tussen de achttien en de twintig jaar vijf minuten wachten in een vertrek met romantische achtergrondmuziek. Vervolgens liet hij hen een gesprek voeren over de voor-en nadelen van biocake met een jongman die een 'doorsnee uiterlijk' had. 52 procent gaf ten slotte hun telefoonnummer wanneer hun gesprekspartner hen uitnodigde voor een borrel (28 procent gaf dat niet, maar had zojuist een neutraal liedje te horen gekregen).

 

En hoe zit dat met de hersenen?

Tot voor kort dacht men dat de man-vrouwverschillen het gevolg waren van de werking van de geslachtshormonen en de invloed van de omgeving. Er werd van uitgegaan dat het mannen- en het vrouwenbrein op dezelfde manier in elkaar stak en functioneerde. Maar deze aannames komen steeds meer onder druk te staan.

Zo zouden vrouwen en mannen verschillende emotionele systemen hebben. Die beschrijft neuroloog/psychiater Louann Brizendine in haar boek De Mannelijke Hersenen (Sirene, 2010). De twee systemen voor het lezen van emoties zijn het spiegelneuronensysteem en de temporele-pariëtale kruising. De spiegelneuronen in iemand spiegelneuronensysteem stellen hem/haar in staat om even dezelfde emotie te voelen die hij/hij herkent bij de ander. Dit heet emotionele empathie. Mannen ervaren die heel even, maar lijken dan sneller over te schakelen op de temporele-pariëtale kruising. Daardoor worden de hersencircuits voor het analyseren en oplossen van problemen aan het werk gezet. Dat noemen we cognitieve empathie. Uit onderzoek blijkt dat de temporele-pariëtale kruising een scherpe scheidslijn in stand houdt tussen  emoties van het 'zelf' en die van de 'ander', aldus Brizendine. Het voorkomt dat de denkprocessen van mannen 'geïnfecteerd' raken door de emoties van anderen. Zo kan hun cognitief-analytische vermogen om een oplossing te vinden worden versterkt. En omdat mannen hun temporele-pariëtale kruising méér gebruiken, kunnen ze zich niet voorstellen waarom vrouwen zoveel over hun emoties praten.



Dààrom vraagt hij nooit de weg!

Maar van ook de sociolinguïstiek kunnen we wat dat betreft iets leren. De Amerikaans taalkundige en bestsellerauteur Deborah Tannen heeft de gespreksstijlen van mannen en vrouwen geanalyseerd. In zekere zin spreken de beide seksen verschillende t     alen, meent ze. en ik heb ontdekt dat de conversatie van mannen over het algemeen draait om hiërarchie - wie de meeste macht heeft - terwijl vrouwen meer gericht zijn op verbinding - meer of minder nabijheid of afstand. Met andere woorden: een man en een vrouw kijken soms op hetzelfde gesprek terug met verschillende vragen. Hij vraagt zich af: 'Heeft dat gesprek me een hogere of een lagere status opgeleverd?', terwijl zij denkt: 'Heeft het gesprek ons nader tot elkaar gebracht of verder van elkaar verwijderd?'

In haar meest recente onderzoek bestudeert ze de context waarin vrouwen zich het duidelijkst en het meest intensief op hiërarchie richten en mannen op verbinding: het gezin. Een vader haar hoe verwarrend het voor hem was toen hij een gesprek tussen zijn dochtertje en haar vriendin hoorde. Het vriendinnetje had gezegd: 'Ik heb een broer die Benjamin heeft en een broer die Jonathan heet.' Zijn dochter antwoordde: 'Ik heb ook een broer die Benjamin heet en een broer die Jonathan heet.' Maar dat was helemaal niet waar. Haar vader vroeg zich af waarom ze in hemelsnaam zoiets beweerde.

 

Ik weet hoe je je voelt

Deborah Tannen legde de vader uit dat ze simpelweg een overeenkomstige ervaring aandroeg als teken van goede wil, om de vriendschap te bevestigen.

Deze seksegerelateerde nadruk op verbinding dan wel hiërarchie werpt ook een verhelderend licht op tal van gesprekken - en frustraties - tussen volwassenen. Stel dat een vrouw een andere vrouw vertelt over een persoonlijk probleem en als reactie te horen krijgt 'Ik weet hoe je je voelt' of 'Dat is mij ook overkomen'. Er ontspint zich dan een gesprek over allerlei problemen dat hun onderlinge band versterkt. (Sommige vrouwen hebben zelfs het gevoel dat ze problemen uit het verleden moeten opdiepen of desnoods verzinnen om een hechte band met hun vriendinnen te onderhouden.)

Een man heeft geen ervaring met dit type ritueel gesprek, dus er is een grote kans dat hij, als een vrouw een probleem te berde brengt, dat (ten onrechte) interpreteert als een verzoek om hulp bij het oplossen ervan. Het resultaat is voor beide partijen frustrerend.

Hieruit mag alvast blijken dat de verschillen tussen de seksen genuanceerder zijn dan de clichés laten vermoeden, maar ook dat de clichés voor een groot deel worden bevestigd! Meer daarover in de nieuwe Psyche&Brein (nummer 5, uit op donderdag 12 augustus).

 

Geschreven in AlgemeenVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Wis je trauma's

25 Mei 2010, 16:25

Slechte herinneringen kunnen nu gewist worden, zónder pillen. Wat denkt u van het maakbare geheugen?

AngstHet geheugen is iets raars. De ene keer gaat het opeens in overdrive, de andere keer sputtert het of laat het zelfs afweten. Vooral dat laatste baart ons zorgen. De angst voor het vergeten is een fobie waar velen door geplaagd worden en die alleen maar toeneemt met het ouder worden. Tegelijkertijd doet het geheugen te veel zijn best. Het legt een immense interesse aan de dag voor slechte herinneringen – onze nare ervaringen en de domheden die we hebben begaan. Ze komen ons veel vaker voor de geest dan al het moois dat we hebben meegemaakt. Je hoeft het niet naar voren te halen, het overvalt je. Dat zou weer te maken hebben met de evolutie, die ons behoedt voor het herhalen van fouten en gevaarlijke acties. De impact van ongewenste herinneringen zou afnemen als je ouder wordt. Dat is dan iets om naar uit te kijken.

Herinneringen vatbaar voor verandering
Ik kan me voorstellen dat u wel eens hebt gedacht: ‘Zou het niet fantastisch zijn als we onze rotervaringen naar eigen goeddunken konden wissen?’ Wetenschappers zijn daar alweer een tijdje mee in de weer. Die mogelijkheid komt nu dichterbij met een studie die in december van vorig jaar werd gepubliceerd door Karim Nader van de Canadese McGill-universiteit en Marie Monfils van de Universiteit van Texas in Austin. Zij legden de basis voor een behandeling zonder pillen die angstherinneringen bij ratten en mensen wist. Uiteindelijk zou de therapie mensen met posttraumatische stress van hun probleem kunnen afhelpen. De nieuwe methode berust op een eigenschap van herinneringen die reconsolidatie wordt genoemd. Die houdt in dat als je een herinnering weer oproept met behulp van een emotionele of sensorische prikkel, ze dan enkele uren vatbaar blijft voor verandering. Nadat Nader had vastgesteld dat het wissen meer kwaad dan goed doet als je chemische stoffen gebruikt, testte Monfils een zachtaardiger aanpak. Haar team liet ratten eerst een muziektoon associëren met een milde elektrische schok. Als je de toon laat horen zonder een schok te geven, verstijven de dieren van de angst. Maar als je dat vaak genoeg herhaalt – negentien keer om precies te zijn –, dan worden ze almaar minder angstig. Tot zover de standaardprocedure. Een maand later bleek het effect echter uitgewerkt en waren de dieren even bang als tevoren. Om het blijvend te maken deed Monfils iets dat even simpel als slim was. Ze diende het geheugen van een nieuwe groep ratten de prikkel toe, wachtte een uur zodat de reconsolidatie werd ingezet en liet de toon dan telkens weer horen. Ditmaal bleven de ratten angstvrij.

Spotless Mind Jim Carrey‘Maar hoe zit dat dan met mensen?’, vraagt u zich wellicht af. De rat heeft een staartje, wat niet van alle experimenten met de arme dieren kan gezegd worden. Daniela Schiller en Elizabeth Phelps, hersenwetenschappers van New York University, pasten een vergelijkbaar procedé toe bij vrijwilligers. Zij koppelden een elektrische schok aan het verschijnen van een blauw vierkant op een computerscherm.

Elizabeth Phelps: ‘Als je reconsolidatie interpreteert als een adaptief mechanisme, dan dienen nieuwe dingen die je leert om het geheugen te updaten – niet om het te blokkeren. Extinctietherapie is dus even effectief als medicijnen wanneer dit gebeurt tijdens de reconsolidatie die door de herinnering wordt getriggerd.’

I already forget how I used to feel
Realiteit is het aperitief van fictie, aldus een Canvas-slogan. Het omgekeerde vind ik meestal boeiender. Toen Charlie Kaufman Eternal Sunshine of the Spotless Mind schreef, was het selectief uitgommen van herinneringen nog lang geen realiteit. In de film laten twee geliefden, vertolkt door Jim Carrey en Kate Winslet, hun herinneringen aan elkaar wissen. Uiteindelijk komt protagonist Carrey erachter dat dat toch niet zo’n goed idee was. Beroemdste line uit de film: ‘I already forget how I used to feel about you.’

Onze herinneringen zijn de stof waaruit ons denken en voelen gemaakt is. Wat zijn wij anders dan onze herinneringen? In tijden dat identiteit en bewustzijn ter discussie staan, is dat een zekerheid. Voorlopig toch. Aan u de keuze. Wat voor iemand zou u zijn als u die een rotervaring niet had gehad? Een boeiender mens, een gelukkiger iemand of juist niet? En wat doen we met de lessen die we leren uit de minder leuke dingen die we meemaken en de vaardigheden die we erdoor verwerven? Ik betwijfel of ik een leeg blad zou willen zijn. Daar krijg ik beelden van Brave New World-achtige wezens bij.

Uiteraard is deze behandeling bedoeld voor patiënten met posttraumatische stress en ernstige fobieën. Maar zo gauw iets technisch mogelijk is, wordt er misbruik van gemaakt, zoals de ervaring leert. Mensen zullen hun ervaringen willen herschrijven. Een psychische variant van de cosmetische chirugrie is niet zo’n vergezocht idee. Het maakbare geheugen is een feit.

(In Psyche&Brein nr. 3, uit op 10 juni, leest u het dossier Brein en Geheugen).


Geschreven in HersenwetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Waarom wij domme dingen doen

06 April 2010, 15:15
BreinWij hebben, neen, koesteren een fascinatie voor genialiteit. Grote geesten dringen schijnbaar moeiteloos door in mysteries die voor ons een raadsel blijven. Bovendien kun je over slim zijn niet twisten. Het is zoals bij sport: de beste, in dit geval de slimste, wint. Toch weten we dat het uiteindelijk neerkomt op 10 procent inspiratie en 90 procent transpiratie. Zoals Einstein al zei: ‘Het is niet dat ik zo slim ben; ik blijf alleen langer met vraagstukken bezig.’ Maar wat is intelligentie eigenlijk? Het is iets ongrijpbaars en zal dat waarschijnlijk ook blijven. Dat belet niet dat wetenschappers proberen te achterhalen hoe ons verstand werkt en wat de biologische basis ervan is.

Goede connecties

In februari deden ze een bijzondere ontdekking. Een Amerikaans-Duits team van Caltech onder leiding van Jan Gläscher en Ralph Adolphs bleek aardig te zijn opgeschoten met het ontrafelen van het mysterie van de intelligentie.

Aanvankelijk zochten Gläscher, Adolphs en hun medewerkers een antwoord op de vraag: welke hersengebieden maken ons slim? Daartoe maakten ze gebruik van een ongewone methode. Ze onderzochten 241 mensen met een hersenbeschadiging – dat  is in dit geval een bijzonder groot aantal. Dan legden ze de plek van elke beschadiging vast. De onderzoekers onderwierpen de patiënten vervolgens aan een IQ-test. Zo konden ze de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor intelligentie in kaart brengen.  

Ze kwamen tot de conclusie dat ons verstand zich bevindt in een duidelijk afgelijnd netwerk van gebieden aan weerszijdenvan de hersenen. De ‘algemene intelligentie’, die je dus kunt meten met IQ-tests, zou afhangen van de connecties tussen de frontale en de pariëtale delen, die er vlak achter liggen. Intelligentie heeft in eerste plaats te maken met de communicatie tussen die hersengebieden. Deze ontdekking strookt met een bestaande theorie die de ‘pariëtaal-frontale integratietheorie’ wordt genoemd. Daarover leest u alles in Psyche&Brein nummer 2, die nu in de krantenwinkel ligt.

Cognitieve vrekken

Niettemin blijft intelligentie een vaag begrip. Een bekende definitie luidt: ‘Intelligentie is datgene wat intelligentietests meten.’ Maar kún je de intelligentie wel meten op basis van IQ-tests? Niet helemaal, zo blijkt. Je kunt er zelfs niet mee achterhalen of iemand wel of niet rationeel denkt. Ook daarover leest u meer in ons nieuwe nummer. Keith E. Stanovich, auteur van het artikel ‘Wat IQ-tests niet meten’ bedacht de term ‘dysrationalie’. Daarmee bedoelt hij het onvermogen om rationeel te denken en te handelen, ondanks de aanwezigheid van een adequate intelligentie.

Vaak zouden we niet rationeel denken omdat we ‘cognitieve vrekken’ zijn, zegt Stanovich. Bent u een cognitieve vrek? Bekijk eens het onderstaande probleem, dat is ontleend aan het werk van Hector Levesque, een computerdeskundige van de Universiteit van Toronto. Probeer eerst zelf het antwoord te vinden, voordat u de oplossing leest.

Jack kijkt naar Anne, maar Anne kijkt naar George. Jack is getrouwd, maar George niet. Kijkt er een gehuwd persoon naar een ongehuwd persoon?

A) Ja
B) Nee
C) Kan niet worden vastgesteld

Meer dan tachtig procent van de mensen kiest C. Maar het correcte antwoord is A. De redenering gaat als volgt: Anne is de enige persoon van wie de burgerlijke staat onbekend is. We moeten dus beide mogelijkheden, gehuwd en ongehuwd, bekijken om te kunnen bepalen of we over voldoende informatie beschikken om tot een conclusie te komen. Als Anne getrouwd is, is het juiste antwoord A: zij is dan de gehuwde persoon die naar een ongehuwde persoon (George) kijkt. Maar als Anne niet getrouwd is, luidt het antwoord nog steeds A: in dat geval is Jack de gehuwde persoon en hij kijkt naar Anne, de ongehuwde persoon. Dit denkproces heet een volledig disjunctieve redenering – een redenering die rekening houdt met alle mogelijkheden. Omdat de opgave niet vertelt of Anne getrouwd is, denken veel mensen meteen al dat ze over onvoldoende informatie beschikken en kiezen de gemakkelijkste optie (C) zonder alle mogelijkheden na te gaan.

De meeste mensen zijn prima in staat een volledig disjunctieve redenering uit te voeren als hen expliciet wordt duidelijk gemaakt dat dat de bedoeling is (bijvoorbeeld als de optie ‘kan niet worden vastgesteld’ ontbreekt). Maar de meesten doen het niet automatisch, en er is slechts een zwakke correlatie tussen intelligentie en de neiging volledig disjunctief te redeneren.

De ratio faalt
En rationaliteit – is die zaligmakend? Denk aan de afgang van de Homo economicus en de opkomst van het populisme. Rationaliteit staat nog steeds hoog aangeschreven, maar het aantal studies dat erop duidt dat wij niet rationeel zijn maar vooral dénken het te zijn, neemt opzienbarend toe. Het kan geen toeval heten dat juist nu een nieuwe uitgave verschijnt van ‘Irrationaliteit’ (Uitg. Nieuwezijds), het briljante boek van de Britse psycholoog Stuart Sutherland. Irrationaliteit bepaalt vrijwel elke menselijke redenering en beslissing, meent de auteur. Bijvoorbeeld: niet op zoek gaan naar tegenbewijzen of dergelijke bewijzen negeren. Het zijn twee van de methoden waarmee we onze eigen opvattingen proberen te handhaven.

Sutherland haalt het voorbeeld aan van het fiasco van de slag om Arnhem. Generaal Montgomery leek zijn visier meer te hebben gericht op persoonlijke roem dan op het winnen van de oorlog. Een eerste verzuim van de generaal was dat hij naliet eerst Antwerpen in te nemen alvorens door te stoten naar de Rijn, omdat hij ambieerde die als eerste over te steken. Daardoor konden de Duitsers uit Noord-Ierland ontkomen en deelnemen aan de verdediging van Arnhem. Een tweede steek die Monty liet vallen was dat zijn ‘xxx Legerkorps’ moest oprukken over een onbeschutte weg met waterwegen die voor tanks onmogelijk te nemen waren. Daarbij kwam dat de weg zo smal was dat er maar één tank tegelijk overheen kon. Montgomery negeerde ook het feit dat twee Duitse pantserdivisies in de buurt van de Britse droppinglocatie waren gesignaleerd. De derde en belangrijkste factor die hem speelde: de operatie was afhankelijk van de afwezigheid van een sterke Duitse troepenmacht bij Arnhem. De rest van het verhaal kent u.

Hebt u al kennisgemaakt met uw innerlijke Monty? Het lijkt mij dat het laatste woord over intelligentie nog niet gezegd is.

Geschreven in PsychologieVaste linkHersenwetenschapVaste linkMaatschappijVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Liefde en psyche

05 Februari 2010, 16:30

Liefde is ... blind. De oude volkse wijsheid heeft nog steeds niet aan populariteit ingeboet. Wetenschappelijk valt er iets voor te zeggen, in zekere zin. Zo is er een recente Britse studie die aantoont dat de stof in de hersenen die een band helpt smeden tussen moeder en kind ook een rol speelt bij het vinden van een partner. Deze stof, oxytocine, zorgt ervoor dat we onbekenden aantrekkelijker vinden wanneer we er een wolkje van inademen. Psycholoog Angeliki Theodoridou van de universiteit van Bristol verstoof een vleugje oxytocine ofwel een placebo in de neus van zijn proefpersonen. Ongeacht hun sekse of stemming beoordeelden degenen die het knuffelhormoon in hun bloed hadden foto’s van onbekende mannen en vrouwen als aantrekkelijker. De onderzoeker meent dat dit komt doordat oxytocine de activiteit tempert van de amygdala, het hersengebied dat onder andere angstige emoties verwerkt.

Ook antropologe en schrijfster Helen Fisher van Rutgers University gelooft dat stoffen in onze hersenen een voorname rol spelen als het om liefde gaat. Het gezegde dat er ‘chemie’ bestaat tussen twee mensen, moet je hier letterlijk nemen. Iemands specifieke combinatie van sekshormonen en neurotransmitters bepalen mee tot wie hij of zijn zich aangetrokken voelt. Zo onderscheidt Fisher vier types en de beste combinaties daar tussen. Naar eigen zeggen kan haar in samenwerking met een grote datingsite tot stand gekomen systeem je ervoor behoeden ‘te veel kikkers te kussen’.

Een gemeenschappelijke genetische achtergrond kan eveneens van invloed zijn. Daar gaat een van de fascinerendste onderzoeken van de voorbije maanden over. Neil Risch en Gonzáles Burchard van de University of California in San Franscisco werkten met DNA-stalen van getrouwde stellen uit de Mexicaanse en Puertoricaanse gemeenschap. Ze kwamen erachter dat wie uit een Mexicaanse gemeenschap kwam een partner had gekozen met dezelfde hoeveelheid oorspronkelijk Amerikaanse en Europese voorouders. Op dezelfde wijze hadden de Puertoricaanse stellen elkaar gevonden op basis van een gelijke Afrikaanse en Europese afkomst. Het socio-economische profiel van de deelnemers aan het onderzoek werd nagetrokken, maar kon deze keuze niet verklaren.

Ingewikkeld

Het lijkt erop dat de liefde niet alleen blind maar vooral ook heel ingewikkeld is. Denk aan het fel toegenomen aantal echtscheidingen in ons landje.

Toch blijven we in het Westen hoog oplopen met de romantische liefde. Die wortelt in de evolutie, maar onze kijk wordt wel sterk beïnvloed door de maatschappij waarin we leven. Als de sociale druk afneemt om paarbindingen in stand te houden, wordt de romantische liefde de factor die bepaalt met wie we een relatie hebben en voor hoelang. Dat zegt de bekende Amerikaanse psychologe Maureen O’ Sullivan. ‘Vraag je aan Japanse studenten de positieve eigenschappen te noemen die ze zoeken in een partner, dan blijkt dat ze loyaliteit, toewijding en commitment hoog inschatten’, merkt ze op. ‘Stel je diezelfde vraag aan Amerikaanse studentes, dan volgt er een verlanglijstje met zowat alles wat je kunt bedenken. Naast engagement moet hun partner entertainment bieden en gevoel voor humor hebben, zorgend zijn en ook een maatje.’

Met zulke hooggespannen verwachtingen ziet de toekomst van de echtscheidingscijfers er al evenmin rooskleurig uit. De liefde lijkt hoe langer hoe irrationeler en onbereikbaarder. Sommigen missen de noodzakelijke vaardigheden om een relatie te onderhouden. We slepen een hoop bagage met ons mee. Denk aan De eenzaamheid van de priemgetallen van Paolo Giordani, waarin Mattia en Alice, beiden belast door een jeugdtrauma, uiteindelijk niet bij elkaar kunnen komen.


Positief

En het goede nieuws is dat er ondanks alles iets moois bloeit tussen de psychologie en de liefde. Het komt uit de hoek van de ‘positieve psychologie’. Die is, om verwarring met positive thinking en personal development te vermijden, wel degelijk op de experimentele methode gestoeld. De positieve psychologie neemt positieve emoties en sociale relaties onder de loep en wil bijdragen aan ons welzijn. Onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond is dat iemands kansen op geluk met bijna zestig procent toenemen als hij/zij gelukkige vrienden heeft.

In Psyche&Brein nummer 1 (uit op 11 februari) gaan we in op enkele zaken waar deze stroming achter is gekomen als het om liefde en relaties gaat. Zo blijkt dat de manier waarop stellen omgaan met goed nieuws misschien nog belangrijker is voor de relatie dan hun vermogen om elkaar in moeilijke tijden te steunen. Toch wel de moeite om even bij stil te staan.

Blind te werk gaan, hoeft niet. Fingers (and legs) crossed...


 

Geschreven in PsychologieVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Hoog tijd voor empathie

05 November 2009, 11:47
Psychologen en hersenwetenschappers zoeken uit hoe we ons empathisch vermogen kunnen laten toenemen. Stel dat dat concrete gevolgen heeft...

Het klinkt als een cliché en dat is het natuurlijk ook: zou de wereld er niet beter op worden als we met zijn allen een beetje aardiger waren voor elkaar? En hoe krijgen we dat voor elkaar? Dit is geen thema van de Bond zonder Naam, maar een wetenschappelijke vraagstelling. Op dit moment zoeken psychologen en hersenwetenschappers uit hoe we ons empathisch vermogen kunnen laten toenemen.

Empathie-kinderen

Three degrees of separation

Zo bestaat er nu bewijs dat altruïstische daden zich door sociale netwerken verspreiden. Als jij aardig bent voor iemand, dan zal die persoon aardig zijn voor iemand die hij of zij kent. Nicholas Christakis en zijn collega’s van Harvard Medical School demonstreerden dat onlangs met een samenwerkingsspel. Daarbij werden 120 studenten opgedeeld in groepjes van vier. Er werd hun gevraagd om geld te geven aan hun groep. Het spel duurde vijf ronden. Na elke ronde werden de studenten in een andere groep ondergebracht, zodat niemand twee keer in dezelfde groep zat. De onderzoekers vertelden na afloop van elke ronde aan de deelnemers hoeveel de anderen in hun groep hadden gegeven.

Ze kwamen erachter dat vrijgevigheid besmettelijk is. Als iemand één dollar meer gaf dan het voorspelde gemiddelde van de groep, dan gaven de anderen in die groep zo’n twintig cent meer dan werd verwacht in de volgende ronde. Het altruïsme hield stand tot in de derde ronde. In een aparte studie toonde Christakis aan dat samenwerkingsgedrag zich verspreidt tot drie graden van verwijdering: van vriend tot vriend tot vriend.

Fictie lezen helpt!

Je sociale vaardigheden kun je verbeteren door fictie te lezen. Tot die bevinding kwam een groepje wetenschappers uit Toronto, waartoe cognitief psycholoog en romanschrijver Keith Oatley behoort. Centraal in hun studie uit 2008 stond een test waarmee empathie en sociaal inzicht werden gemeten. De deelnemers keken naar foto’s van de ogen van mensen op dezelfde manier als je ze door een brievengleuf zou zien. Voor elk beeld kozen ze het meest geschikte woord van vier om te omschrijven wat de persoon op de foto voelde – bijvoorbeeld ‘grappend, zenuwachtig, verlangend, overtuigd’. Daarnaast kregen ze vijftien korte videoclips te zien van sociale interacties tussen gewone mensen. De deelnemers moesten dan zeggen wat er volgens hen aan de hand was. Zo werd hen gevraagd na het bekijken van zo’n clip te zeggen wie van beide kinderen, of geen van beiden, nakomelingen waren van de ouders in de betroffen scène. Het resultaat: de fictielezers bezaten volgens de eerste test substantieel meer empathie en scoorden ook beter op de interpersoonlijke perceptietest.

In een later onderzoek lieten Oatley en collega’s 166 proefpersonen ofwel de originele versie lezen van Anton Tsjechovs kortverhaal De dame met het hondje ofwel een in documentaire vorm herschreven versie ervan. De lezers konden zich gemakkelijker identificeren met de personages uit het literaire verhaal, zo bleek. Door zich in hen in te leven, werden ze een beetje meer ‘zoals zij’. Volgens Oatley kan fictie ons helpen om de gecompliceerdheid van het sociale leven beter te begrijpen. ‘Daarom vergelijk ik fictie met een simulatie die loopt op de software van onze geest’, zegt hij.

De empathische aap
Empathie-chimpsSommigen menen dat empathie een menselijk trekje is, maar dat is hoogstwaarschijnlijk niet het geval. De biologie toont aan dat althans een bepaalde vorm ervan bij veel soorten is ingebakken. Daarover gaat het nieuwe boek van primatoloog Frans de Waal. In Een Tijd voor Empathie presenteert hij nieuwe bewijzen voor het feit dat ons empathisch gedrag geworteld is in ingebakken gewoonten. Die treffen we zowel bij onze neefjes de chimps aan als bij verder verwijderede soorten zoals de muis. De auteur meent dat we van de chimpansees kunnen leren als het erom gaat met elkaar op te schieten. De auteur geeft ons ook een geëngageerde boodschap mee voor ‘een samenleving die ‘niet louter op egoïstische motieven en de krachten van de markt stoelt’.

Een exerpt:

Geloof niet iedereen die beweert dat het in de natuur draait om de strijd om het bestaan en dat wij dus ook zo moeten leven. Veel dieren overleven niet door elkaar af te maken of alles voor zichzelf op te eisen, maar door met elkaar samen te werken en onderling te delen. Dit geldt in uitgesproken mate voor groepsjagers, zoals wolven  en orca’s, maar ook voor onze naaste verwanten, de primaten. Volgens een onderzoek in Taï National Park in Ivoorkust verzorgden chimpansees groepsgenoten  die door luipaarden waren verwond. Ze likten hun bloed weg, verwijderden zorgvuldig het vuil uit de wonden en verjoegen met wuivende bewegingen de vliegen die in de buurt van de wonden kwamen. (...) Dit alles is volkomen logisch, aangezien chimpansees een goede reden hebben om in groepen te leven, net zoals wolven en mensen daarvoor een goede reden hebben. Als de ene mens de ander als een wolf behandelt, doet hij dat in alle opzichten, niet alleen in negatief opzicht. We zouden ons huidige leven niet leiden als onze voorouders sociaal afstandelijk waren geweest.

Onze aannames over de menselijke natuur zijn aan een volledige herziening toe. Te veel economen en politici modelleren de menselijke samenleving naar de voortdurende strijd die naar hun idee in de natuur heerst, maar die louter op een projectie berust.


Spiegelneuronen bestaan echt
Empathie wordt net als de taalverwerving en zelfs het bewustzijn in verband gebracht met de spiegelneuronen. De oorsprong ervan is zojuist ontdekt in de hersenen.

Een maand of wat geleden heeft Marco Iacoboni van de Universiteit van Californië voor het eerst individuele spiegelneuronen geobserveerd bij mensen. Spiegelneuronen werden elf jaar geleden ontdekt bij makaken. Tot nu toe konden het bestaan ervan in onze mensenhoofden alleen indirect afgeleid worden van fMRI-studies en veronderstelde gelijkenissen tussen mens en primaat. Iacoboni en zijn team legden de acties van 286 individuele neuronen vast bij epilepsiepatiënten. Laatsgenoemden kregen elektronen ingeplant in de frontaalkwabben (dat gebeurde in de eerste plaats om de oorsprong van hun aanvallen op het spoor te komen). Er werd hun gevraagd om simpele handelingen uit te voeren en korte filmpjes te bekijken van andere mensen die dezelfde acties uitvoerden. De studie identificeerde 34 spiegelneuronen, die zowel door het uitvoeren als het waarnemen van handelingen werden geactiveerd.

Van belang is dat het team er diverse kon spotten die tevoren niet bij makaken en andere primaten werden gevonden. Bij ons is dit systeem complexer dan bij andere primaten – dieren die volgens de onderzoeker toch in de eerste plaats imiteren. Iacoboni  meent dat een meer ontwikkeld systeem ook nodig is voor abstract of metaforisch denken en empathie.

Laten we hopen dat De Waal met de titel van zijn boek, Een tijd voor empathie de spijker op de kop slaat. Het zou mooi zijn als het empathieonderzoek kon bijdragen aan een mentaliteitswijziging in de samenleving. En misschien is dat idee minder naïef dan het klinkt.


Geschreven in PsychologieVaste linkHersenwetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Het einde van de psychotherapie

26 Augustus 2009, 11:44
Sommige boeken interesseren je niet alleen meer dan andere, ze raken je ook meer. Het einde van de psychotherapie door Paul Verhaeghe is zo’n boek. Wat mij betreft toch.

P. VerhaegheVerhaeghe is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, psychoanalyticus en  gerenommeerd Freud- en Lacan-kenner. Met Liefde in tijden van eenzaamheid (1998) werd hij bekend bij een breed publiek. Het einde van de psychotherapie, verschijnt op 1 september. Daarin houdt hij een bevlogen betoog voor een nieuwe kijk op psychische problemen en een herwaardering (of moet ik zeggen: heruitvinding?) van de psychotherapie.

Depressie, burn-out, persoonlijkheidsstoornissen en zelfs gezinsdrama’s worden anno nu bekeken als ‘ziektes’ met genetische en/of neurologische oorzaken. Maar klopt dat wel? Misschien moeten we die oorzaken veeleer in sociaal-economische bestel zoeken. Het relatief niet-werkzame karakter van de psychotherapeutische methodes bij problemen waarvoor ze niet uitgedacht werden, leidt tot de veronderstelling dat psychotherapie helemaal niet werkt, stelt Verhaeghe. En dat levert  een bijkomend argument voor de aanname dat het allemaal wel biologisch-genetisch zal vastliggen en dat zowel diagnoses als behandelingen daarop dienen te focussen. Wie nog durft te beweren dat psychoses, gedragsstoornissen enzovoort met de omgeving te maken hebben, wordt in het beste geval meewarig bekeken, in het andere geval beschuldigd van ethisch incorrect optreden en binnen de Amerikaanse context zelfs van ‘malpractice’. Als je in de VS bijvoorbeeld psychotische patiënten geen medicijnen voorschrijft, dan loop je kans op gerechtelijke vervolging. Onderzoek naar eventuele psychologische factoren bij het ontstaan van psychosen wordt nauwelijks nog verricht.

Hoe de psychotherapie in het verdomhoekje is geraakt na de hoogtijdagen van de  maakbare mens in de seventies beschrijft Verhaeghe treffend. In dat verband is zijn kijk op het hedendaags moreel relativisie (‘Anything goes’) de moeite aard. Dat relativisme leidt tot verregaande ironie  (‘Wat, nog steeds getrouwd?) , maar meestal tot onverschilligheid onder het mom van tolerantie (‘Ze doen maar’). Van belang is te begrijpen dat de daarbij aansluitende praktijk onvermijdelijk verglijdt naar een negatieve moraal die geen positieve normen of waarden durft op te leggen, maar hoogstens gedrag zal afwijzen. Dit is volgens de auteur het gevolg van een neoliberale basisopvatting: de mens is vrij zolang hij de ander geen schade toebrengt. Dat leidt ertoe dat de morele praktijk volledig geconcentreerd wordt op slachtofferschap. De voornaamste bekommernis op scholen is het voorkomen van ‘pesten’ en de belangrijkste publieke issue van de laatste jaren is het verbieden van roken op openbare plaatsen.

Dat psychotherapie wél kan werken, wordt duidelijk aan de hand van cases uit Verhaeghens eigen praktijk, zoals dat van de jongeman die er van onvertuigd was dat hij homo was. Ten slotte geeft de auteur suggesties voor een nieuwe therapeutische verhouding, die hij niet zozeer als het middel als wel het doel van de behandeling ziet. Ook dit laatste hoofdstuk, Nieuwe patiënten, nieuwe therapeuten, waarin hij het  verder onder andere heeft over de leegte nagelaten door het verdwijnen van identiteitverlenende groepen, is een oogopener.
Ik zou zeggen: staar je niet blind op de ‘neurotransmittertjes’, zoals Verhaeghe ze noemt.

Het einde van de psychotherapieHet einde van de psychotherapie
Door Paul Verhaeghe. De Bezige Bij, 2009. 246 p. € 19,95. ISBN 978 905712 299 6 NUR 770


Zie ook:
Blame the body (voorpublicatie uit dit boek) in het septembernummer van Eos (nr.9, 2009) (nu in de dagbladwinkel)


Geschreven in PsychologieVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Brein op het randje van de chaos

14 Juli 2009, 11:10

Bij New Scientist is er nooit gebrek aan inspirerende en gedurfde ideeën. Het nummer van 27 juni (nr. 2714) pakt uit met een bijzonder verhaal over het brein.  In het artikel Disorderly Genius stelt redacteur David Robson dat je het brein kunt vergelijken met een hoopje zand, en dat het daarom zulke bijzondere dingen kan.  Denk aan het bizarre gevoel dat je overvalt wanneer je opeens op een gedachte komt die uit het niets lijkt op te duiken. Misschien denk je dat zulke gedachten alleen maar willekeurig lijken, maar in werkelijkheid  het resultaat zijn van voorspelbare en rationele processen. Niet dus. Onze hersenen opereren juist op het randje van de chaos. Daardoor kunnen ze zo snel informatie verwerken en zich aanpassen aan onze voortdurend veranderende omgeving. Hersenwetenschappers zijn er net achter dat het brein op die manier functioneert.

Als één enkele hersencel vuurt, dan kan hij zijn collega’s triggeren om hetzelfde te doen. Daardoor ontstaat een lawine van activiteit die zich kan verspreiden over kleine netwerken van hersencellen. Dat leidt tot elkaar afwisselende periodes van rust en activiteit – zo’n beetje zoals de vorming en het instorten van een zandhoop. Het fenomeen wordt ‘self organized criticality’ genoemd – dat is dus de technische term voor systemen die zich op het randje van de chaos bevinden. Ze balanceren zich op de grens tussen sabiel, ordelijk gedrag en de onvoorspelbaarheid van de chaos.

INFORMATIE EN INTELLIGENTIE
Ed Bullmore van Cambridge University en zijn team hebben bijvoorbeeld ontdekt dat de lawines bijzonder geschikt zijn om informatie door te seinen. Daartoe maakten ze dit jaar gebruik van hersenscanners  die de neural activiteit bij 19 vrijwilligers maten. Ze bekeken een een hele serie hersengolffrequenties, van 0.005 tot 125 hertz, verspreid over 200 hersengebieden. Toen de onderzoekers de activiteit die ze waarnamen in de hersenen van hun proefpersonen probeerden te reproduceren in computermodellen, merkten ze dat dat alleen lukte wanneer die modellen zich in een staat van self-organized criticality bevonden.
Self organized criticality zou de hersenen in staat stellen zich aan te passen aan nieuwe situaties door de neuronen die op één bepaalde frequentie zijn afgestemd snel te herschikken. Het zou ook een rol spelen bij het geheugen. Zo kunnen herinneringen onverwacht opduiken omdat een hersencel willekeurig vuurt of onverwacht wordt getriggerd door een lawine. Het fenomeen zou ook te maken hebben met intelligentie. Hoe meer tijd je hersenen ter beschikking hebben om zoveel mogelijk neuronen tegelijkettijd te rekruteren voor de taak die je uitvoert, hoe slimmer je bent.
Verder kan er ook een verband bestaan met geestesziekten en met autisme.

En wij maar denken dat we redelijke wezens zijn. Uitkijken naar nieuw onderzoek maar weer. Als het goed is, kan deze ‘chaostheorie’ de manier waarop we naar onszelf kijken veranderen. De idee dat het brein zich op het randje van de chaos bevindt, lijkt me in ieder geval een goede remedie tegen de overmaat aan ernst in deze wereld en in de wetenschap. 

Is het brein een zandhoop?
Is het brein een zandhoop?

Geschreven in AlgemeenVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Geld en de geest

29 April 2009, 15:44
Homer-Simpson

Ik durf er honderd euro om te verwedden dat geld u op dit moment meer bezighoudt dan voorheen. En dat u zich hebt voorgenomen er op een verantwoordelijke en rationele manier mee om te gaan. Maar daar klemt nu net het schoentje. Wij gaan helemaal niet rationeel om met onze centen, blijkt uit onderzoek.

Psychologen zijn ervan overtuigd dat de homo economicus pure fictie is, een ideaalbeeld dat maar heel weinig overeenkomst vertoont met Jan Modaal. Al meer dan dertig jaar proberen zij met gedragsexperimenten aan te tonen dat wij ons in economische aangelegenheden helemaal niet laten leiden door de nuchtere ratio, maar door irrationaliteit en emoties.

Het begon in de jaren zeventig van de vorige eeuw met de psychologen Daniel Kahneman en Amos Tversky van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Nadat zij een reeks onderzoeken hadden uitgevoerd, kwamen ze tot de conclusie dat wij logische oordelen uitsluitend op grond van simpele vuistregels vellen – de zogeheten heuristieken. Die conclusie vormde de opmaat tot een ongekende verzameling aanwijzingen die steeds meer twijfel zaaiden aan de juistheid van het model van de rationeel denkende homo economicus.

LOGISCH ONVERMOGEN
Om het logisch onvermogen van de mens te demonstreren, vulden in 1994 de psychologen Veronika Denes-Raj en Seymour Epstein van de Universiteit van Massachusetts twee schalen met rode en witte snoepjes. De proefpersonen moesten proberen met gesloten ogen uit een van beide schalen een rood snoepje te pakken. In de kleine schaal zaten tien snoepjes, waarvan er één rood was. De grote schaal bevatte 95 witte snoepjes en vijf rode. De proefpersonen werd verteld dat ze bij de kleine schaal een kans van tien procent hadden om een rood snoepje te pakken en dat die waarschijnlijkheid bij de kleine schaal slechts vijf procent bedroeg.

Hoewel de proefpersonen dus wisten dat ze onlogisch handelden, besloot toch de meerderheid zijn geluk te beproeven met de grote schaal. Kennelijk letten de deelnemers aan het experiment niet zozeer op het percentage rode snoepjes, maar meer op het absolute aantal, zo luidde de conclusie van Denes-Raj en Epstein. In het eerste geval zagen ze voor hun geestesoog slechts één rood snoepje, in het tweede geval vijf.

Psychologen noemen dit de ‘macht van de teller’ of ook wel ‘blindheid voor de noemer’. Hoewel de kans om een rood snoepje te pakken mede wordt bepaald door het aantal witte snoepjes, worden die door de proefpersonen genegeerd. Het is zonneklaar dat mensen er niet in zijn getraind om met waarschijnlijkheden om te gaan – een buitengewoon ongunstige uitgangspositie als je economisch succes wilt behalen.

DE VALKUIL VAN DE CREDITCARD
Het onvermogen van de mens om rationeel te handelen is al bij de simpelste alledaagse bezigheden waar te nemen. Zo blijkt dat klanten in supermarkten waar ze rechtsom (met de wijzers van de klok mee) naar de kassa moeten lopen, meer geld uitgeven dan in winkels waarin de looproute tegen de wijzers van de klok ingaat. Als mensen niet met contant geld betalen, maar met een creditcard, kopen ze meer. Anders Creditcarddan voor de homo economicus geldt voor de consument van vlees en bloed kennelijk dat de ene vorm van geld meer waard is dan de andere. Daarom schuift hij zijn plastic geld lichtvaardig over de toonbank, terwijl hij maar heel moeilijk afscheid kan nemen van de echte munten die in zijn broekzak rinkelen.

De aanname dat mensen er in principe naar streven zo groot mogelijk voordeel te behalen, lijkt voor de hand liggend. Maar ook hier zetten de psychologen kanttekeningen. Als kinderen kunnen kiezen tussen een grote en een kleine reep chocola, kiezen ze voor de grote. Als de keuze echter gaat tussen een kleine reep vandaag en een grote reep morgen, kiezen ze vaker voor de kleine. Maar als hen gevraagd wordt of ze liever over zeven dagen een kleine reep willen hebben of over acht dagen een grote, ligt dat anders. Nu speelt voor veel kinderen een dag meer of minder plotseling geen rol meer. De keuze valt op de grote reep.

GELDHONGER BESTAAT - LETTERLIJK
In New Scientist nr. 2700 van 18 maart verscheen een bijzonder boeiende bijdrage van Mark Buchanan: ‘Why money messes with your mind’. De auteur vraagt zich af of het niet handig zou zijn als we een evenwichtigere relatie met geld kregen. Dat dat niet simpel wordt, blijkt uit een recent onderzoek van Kathleen Vohs, die verbonden is aan het departement marketing van de Universiteit van Minnesota. Vohs en enkele collega’s van andere universiteiten, onder wie Roy Baumeister van Florida State University, deden een opzienbarende ontdekking. Ze kwamen erachter dat mensen die zich afgewezen voelden door anderen, of onderworpen werden aan fysieke pijn, vervolgens minder bereid waren om een gift te doen in een spelsituatie. Voorts toonden de onderzoekers aan dat alleen al het bestasten van papiergeld de pijn van sociale uitsluiting kon verminderen, evenals de fysieke pijn veroorzaakt door de aanraking van heel heet water.

En dan zijn er nog de berichten dat geld onze geest zou beïnvloeden op dezelfde wijze  als een verslavend drug. Het kan de genotscentra van het brein activeren via de psyche en de emoties. Die verslavende werking is aangetoond aan de hand van beeldstudies.

SpaarvarkenBuchanan maakt ook melding van de recentste vindingen. Die zijn afkomstig van Barbara Briers en haar collega’s van de HEC business school in Parijs. Zij deden drie ontdekkingen: hongerige vrijwilligers waren minder geneigd geld te geven voor een goed doel dan vrijwilligers die verzadigd waren; degenen die ‘geprimed’ waren om een sterk verlangen naar geld te hebben, doordat ze zich hadden ingebeeld een grote loterij te winnen, aten vervolgens de meeste snoep tijdens een smaaktest; degenen wier smaak was geprikkeld doordat ze in een kamer met heerlijke geuren hadden gezeten, gaven minder geld in een spelsituatie dan testpersonen die in een noraal ruikende kamer hadden verbleven. Briers meent dat ons brein ideeën rondom geld verwerkt door gebruik te maken van dezelfde neurale paden die evolueerden om over eten te denken. In ons hoofd zouden beide synoniemen zijn.
Het zal dus nog wel even duren voor we daaruit zijn.

Meer over geld en de consument in Psyche&Brein nr. 2, in de winkel vanaf 30 april.

Geschreven in MaatschappijVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Jonge massamoordenaars

29 Januari 2009, 12:57
Virginia techDezer dagen geen gebrek aan ongenuanceerde meningen over de psychologie van de massamoordenaar. En in het verlengde ervan over depressies, stemmen horen, psychopaten en schuld&boete. Sommige dingen hebben me gechoqueerd, en ik vermoed dat ik lang niet de enige ben. Om slechts één voorbeeld te noemen: de enquête onder atheneumleerlingen over Kim De Gelder, die – wat had u gedacht – als resultaat oplevert dat meer dan de helft van die jongeren vindt dat hij de doodstraf moet krijgen en 85 procent meent dat hij geen tweede kans verdient.

Ongenuanceerde meningen en beelden dragen alleen maar bij tot meer onbegrip, terwijl begrip juist datgene is waar iedereen behoefte aan heeft. Ze leiden tot een oog-om-oog-mentaliteit. De zaak Kim De Gelder dwingt ons op zoek te gaan naar de nuance. Dus duik ik even in onze archieven. Die leveren kanttekeningen op bij enkele hardnekkige misverstanden.

Psychopaten zijn (meestel) geen moordenaars
In De rubriek Feit en Fictie publiceerde Psyche&Brein (nr. 1, 2008) de inzichten over psychopathie van de Amerikaanse psychiaters Scott Lilienfeld en Hal Arkowitz. Weinig stoornissen worden dermate verkeerd begrepen als de psychopathische persoonlijkheid’, stellen de twee. ‘Oppervlakkig bekeken, maken psychopaten een goede eerste indruk en lijken ze juist uitgesproken normaal.’ Maar schijn bedriegt.

Charles MansonKort samengevat: psychopaten zijn egocentrisch, oneerlijk, onbetrouwbaar en gedragen zich vaak onverantwoordelijk. Ze zijn wars van gevoelens van empathie, schuld of liefde. Een andere krijgt steevast de schuld van hun fouten (waar zijzelf niets van leren). Een van de drie grote misverstanden is dat psychopaten gewelddadig zijn. De meerderheid van de psychopaten is dat niet (er bestaan wèl uitzonderingen, bijvoorbeeld seriemoordenaar Ted Bundy). Een tweede misverstand is dat alle psychopaten psychotisch zijn. Psychopaten zijn juist meestal rationeel. Een aantal moordenaars met psychotische kenmerken wordt verkeerdelijk ‘psychopaten’ genoemd. Een bekend voorbeeld is Charles Manson, die beweerde de reïncarnatie van Jezus Christus te zijn. Een derde misverstand ten slotte, is dat je psychopathie niet kunt behandelen. Psychopaten zijn vaak niet gemotiveerd, maar kunnen net zo goed als niet-psychopaten baat hebben bij een behandeling.

Gewelddadig gedrag heeft meerdere oorzaken
 Er is nooit slechts één enkele oorzaak, stellen neurowetenschappers Daniel Strüber, Monica Lück en Gerhard Roth. Het betreffende artikel, dat studies van over de hele wereld onder de loep neemt, is verschenen in Gehirn&Geist en ook in Scientific American Mind (‘The violent Brain’ in: SciamMind, december 2006/januari 2007).

Veel tieners vertonen een zekere mate van antisociaal gedrag. Voor een gevaarlijke minderheid echter, begint de afwijking al op de leeftijd van vijf jaar en zet zich verder op volwassen leeftijd. Gewelddadig gedrag is het gevolg van een complex netwerk van factoren die met elkaar verband houden, waaronder geërfde (genetische) kenmerken, de anatomie van het brein en ervaringen uit de kindertijd (een traumatische jeugd, bijvoorbeeld). Jongens/mannen lopen het grootste risico (hogere testosteronconcentratie bij criminelen hun in late tienerjaren tot ze vooraan in de twintig zijn).

Biologie en psychologie spannen samen
Afwijkingen in de frontale cortex kunnen leiden tot een inefficiënte emotionele controle. Daardoor kunnen impulsieve criminelen zich niet ‘inhouden’. Andere afwijkingen, namelijk in het limbisch systeem, bemoeilijken de communicatie tussen de hippocampus en de amygdala. Daardoor wordt emotionele informatie niet correct verwerkt. Voorts kan een afwijkende neurochemie bij sommige gewelddadige criminelen tot toegenomen agressiviteit leiden.

In combinatie met psychologische factoren kan de biologische aanleg tot
een explosieve mengeling leiden, zo blijkt uit talrijke studies. Beide spelen dus een rol. Psychologische risicofactoren zijn onder meer: serieuze afwijkingen in de vroege moeder-kind-relatie, misbruik in de kindertijd, verwaarlozing door de ouders, een inconsistente opvoeding, hardnekkige conflicten tussen de ouders en een echtscheiding of dood in het gezin.

Vrije wil en schuld
Als biologie en omstandigheden samenspannen om bepaalde mensen aan te zetten tot geweld, hoeveel verantwoordelijkheid dragen laatstgenoemden dan voor hun daden? Sommige juridische experts stellen anno nu de vraag of een gewelddadige crimineel wel beschikt over een vrije wil in de betekenis die wij daaraan geven. Dat betekent naar alle waarschijnlijkheid dat we onze opvattingen over ‘schuld’ opnieuw zullen moeten bekijken.

Stof tot nadenken in overvloed – met dank aan de wetenschap.



Geschreven in MaatschappijVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Het appeal van het nieuwe

02 Januari 2009, 15:23

Aan bepaalde connecties in het brein is af te lezen hoe sterk onze honger naar nieuwe ervaringen is. Food for thought voor het nieuwe jaar ...

bungee jumping

Een sterke neuronale verbinding tussen twee hersengebieden zou de oorzaak kunnen zijn van een grote nieuwsgierigheid en drang naar nieuwe ervaringen. Dat hebben hersenonderzoekers uit Bonn onlangs ontdekt. Van tevoren gingen ze met behulp van vragenlijsten na hoe groot de honger naar nieuwe belevenissen en de nieuwsgierigheid van hun proefpersonen waren.
Met een nieuw beeldvormingsprocedé kwamen ze erachter dat zogenoemde ‘novelty seekers’ zijn toegerust met een bijzonder stevige connectie tussen het striatum (hier zit het beloningssysteem) en de hippocampus (een belangrijk geheugengebied. Die bepaalt dus of je bijvoorbeeld verhangen bent aan avontuurlijke reizen of extreme sporten. De hersengebieden in kwestie linken nieuwe ervaringen aan gevoelens van beloning. Michael Cohen en zijn team gingen na hoe water zich verspreidde over het hersenweefsel van hun proefpersonen. Zo kwamen ze  erachter  dat er bij novelty seekers sterkere verbindingen van witte stof tussen die twee delen van het brein bestaan (de witte stof bestaat uit zenuwvezels die verschillende hersengebieden verbinden).
Cohen zegt dat zijn onderzoek aantoont dat hetgeen waarvan we denken dat het deel uitmaakt van onze persoonlijkheid in feite geworteld is in de structuren en functies van het brein.

CRUCIALE ROL VAN DOPAMINE

Los van dat onderzoek, wordt ditmaal in Psyche&Brein ruim aandacht besteed aan het appeal van het nieuwe. De recente studie van het team uit Bonn sluit echter mooi aan bij het artikel ‘Het verlangen naar het onbekende’.
Volgens psychiater Robert Cloninger van de Universiteit van Washington vertonen novelty seekers een neiging tot verhoogde impulsiviteit en innerlijke onrust. Hun zucht naar nieuwe indrukken en belevenissen wordt vooral veroorzaakt door het feit dat ze zich snel vervelen. Novelty seekers zijn bang voor eentonigheid, ze maken zich geen zorgen om de dag van morgen, maar leven in het hier en nu.
Neurowetenschapper Iris Torchalla uit Tübingen heeft in de hersenen van novelty seekers gezocht naar oorzaken voor hun voortdurende verlangen naar nieuwe dingen. Daarbij bleek dat het basisniveau van de dopamineconcentratie in hun hersenen vaak lager is dan bij de gemiddelde mens. Dat is daarom van belang omdat de neurotransmitter dopamine een cruciale rol speelt bij de verwerking van nieuwe prikkels.
Volgens bioloog Antony Grace van de Universiteit van Pittsburgh kent de hippocampus – het hersengebied dat verantwoordelijk is voor het vormen van herinneringen – aan binnenkomende zintuiglijke indrukken een bepaalde ‘nieuwheidswaarde’  toe wanneer ze niet overeenstemmen met de al opgeslagen kennis. Als iemand iets nieuws waarneemt, bijvoorbeeld een gezicht dat hij nooit eerder heeft gezien, zoekt de hippocampus eerst naar iets wat erop lijkt. Wanneer hij dat niet vindt, trekt hij de conclusie: dit gezicht is onbekend. En prompt stuurt de geheugencentrale het signaal ‘Opgelet, hier komt iets nieuws!’ naar andere hersengebieden, zoals de substantia nigra.

De koerier die deze boodschap overbrengt is de signaalstof dopamine. Iemand wiens brein veel van deze stof produceert, beschikt dus over veel tal van boodschappers die nieuwe prikkels melden. Zulke mensen horen vrijwel voortdurend de kreet: er is iets nieuws ontdekt! Zij hoeven dus niet op zoek te gaan naar nieuwe dingen. Hun waarneming van de omgeving biedt al genoeg stimuli. Maar mensen die een lage dopamineconcentratie in hun hersenen hebben, ervaren hun omgeving eerder als saai. Zo iemand streeft dus actief naar verrassende ervaringen – hij verandert voortdurend van muziekvoorkeur of maakt serieuze plannen om de Mount Everest te beklimmen. Er zit wél een addertje onder het gras: novelty seekers leven gevaarlijker dan andere mensen.

Nu zijn, zoals bekend, de novelty seekers natuurlijk ook risk takers van formaat. En misschien nog het meest verrassend vind ik dat dat gedrag eigenlijk tot norm is verheven (hoewel de drang naar het nieuwe ook z’n goede kanten heeft, daar niet van). Denk aan de risico’s die de financiële instellingen in het nabije verleden hebben genomen. Denk aan de oorlogen die men is begonnen. En denk aan onze obsessie met al wat nieuw is en vernieuwend zou zijn ... Hopen maar, dat al dat onderzoek ons helpt om de dingen genuancerder te zien.

Geschreven in PsychologieVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

De verstrengeling van liefde en haat

06 November 2008, 15:20

Sommige wetenschappers spreken meer tot de verbeelding dan andere. Ik heb zo’n vermoeden dat dat ook de boeiendste zijn. Iemand die bijzonder tot mijn verbeelding spreekt is neurobioloog Semir Zeki van University College. Zo zegt Zeki dat kunst en het brein geen twee verschillende dingen zijn omdat ze dezelfde functie hebben: het verwerven van kennis. Ik heb hem de voorbije zomer geïnterviewd. Hij had het toen over de ideeën die hij uitwerkt in zijn nieuwe boek, Splendours and Miseries of the Brain, dat deze maand verschijnt bij Blackwell. Dat vraaggesprek vindt u terug in Psyche&Brein nummer 4 van dit jaar.

Love-hate

Zeki vertelde me een hoop boeiende dingen, niet alleen over zijn eigen onderzoek, maar ook over literatuur, kunst en filosofie ... Ook had hij het over liefde, waarnaar hij al jarenlang onderzoek verricht. Waarom zorgt liefde zo vaak voor ellende? Volgens hem heeft dat heeft te maken met de manier waarop we kennis verwerven.  Het brein verwerft kennis door de vorming van concepten. Die laatste zijn ‘synthetisch’: een synthese van al wat we hebben gezien. Je kunt ze tot op zekere hoogte vergelijken met platoonse ideeën. Een ‘echt’ iemand kan dus nooit beantwoorden aan het concept van degene op wie je verliefd wilt zijn. ‘We betalen een grote prijs voor de buitengewone efficiëntie van het brein’, zei Zeki me.

De stap van ongoocheling in de liefde naar haat is niet zo heel erg groot. Zoals de volksmond zegt: die twee liggen dicht bij elkaar. Zojuist werd dat  bevestigd door onderzoek van Semir Zeki en zijn collega John Paul Romaya aan het ‘haatcircuit in het brein’. (U vindt het onderzoeksartikel ‘Neural Correlates of Hate’ terug op www.plosone.org ).

Het effect van gehate gezichten
Net zoals romantische en moederliefde, is haat een ‘complexe, biologische gemoedstoestand’ die doorheen de geschiedenis mensen heeft aangezet tot heroïsche zowel als kwaadaardige acties, zeggen de wetenschappers van University College. Maar in tegenstelling tot romantische liefde, is haat niet per se gericht tegen een individu. Zo kan haat zich ook richten op een samenleving of een etnische groep.
Zeki en Romaya selecteerden 17 testpersonen die iemand, veelal een ex-geliefde of een collega, uitgesproken haatten (één vrouw had een bloedhekel aan een bekend politicus).

De proefpersonen vulden een vragenlijst in met het doel het niveau van hun haat te kunnen vaststellen. Ze kregen vervolgens in de scanner een foto te zien van het gezicht van de gehate figuur plus drie andere, minder provocerende gezichten.

De resultaten toonden aan dat het ‘liefdescircuit’ en het ‘haatcircuit’ in het brein twee hersengebieden gemeen hebben, namelijk de putamen en de insula. De putamen is het gebied dat ons lichaam voorbereidt op beweging, zodat het actief kan zijn om een geliefde te beschermen of om zich verweren tegen agressie of hatelijkheden vanwege de gehate persoon. Het tweede gebied, de insula, wordt geassocieerd met gevoelens van leed, zoals jaloezie. De neurbiologen kwamen voorts tot de bevinding dat het haatniveau dat tot uiting was gekomen in de vragenlijsten overeenkwam met  de hoeveelheid hersenactiviteit tijdens het scannen.

Intrige en haat
En er is méér. Zeki en Romaya legden ook een duidelijk onderscheid tussen liefde en haat bloot. De gebieden in de frontale cortex,die te maken hebben met ratio en beoordelingsvermogen zijn minder actief als je een geliefde ziet dan wanneer je een neutraal iemand ziet. Dat houdt dus in dat je minder kritisch bent tegenover je partner of geliefde. Bij de haatdragende proefpersonen trad die verminderde activiteit  slechts in een klein deeltje van die gebieden op. Volgens Zeki lijkt er dan ook op dat terwijl je je zinnen verliest als je verliefd bent, je juist helemaal bij de les blijft als je haat, teneinde degene die je haat berekend te kunnen treffen. Kennelijk hebben de onderzoekers meteen ook even aangetoond waarom  ‘liefde maakt blind’ zo’n wijdverbreide volkse wijsheid is.

Vaak wordt de relatie tussen wetenschap en gevoelswereld gezien als een simplistische tegenstelling tussen kilheid en afstandelijkheid aan de ene kant en rijke, emotionele menselijkheid aan de andere kant. Een onderzoek als dit toont aan dat dat cliché niet klopt, integendeel. Het duidt er juist op hoe menselijk onze gevoelswereld is. Want hoe beter je iets begrijpt,  hoe begripvoller je bent en hoe meer je iets kunt hanteren. In elk geval wordt ons geestesleven nu langzaam aan doorgrond door de neurobiologie. Ik  ben dan ook geneigd Zeki gelijk te geven wanneer hij zegt dat dat het meest boeiende onderzoeksgebied van deze tijd is.

Semir Zeki
- Aanrader: profzeki.blogspot.com
- U kunt Psyche&Brein nr. 4 met het interview met Semir Zeki nabestellen op eosmagazine.eu

Geschreven in HersenwetenschapVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

De intense wereld van de autist

25 September 2008, 14:44

De toenemende kennis van ons brein kan magnifieke oogopeners opleveren. Zo verscheen in New Scientist van 19 september een verhaal over een nieuwe visie op autisme, die de ‘intense world’-hypothese wordt genoemd.

Autistische jongen

Hersenwetenschappers Kamila en Henry Markram van het Zwitserse Federaal Instituut voor Technologie te Lausanne beschrijven autisme als een wereld waarin elk geluid als een handhamerboor klinkt, elke licht zo fel is als een stroboscooplamp, kleren aanvoelen als schuurpapier en zelfs het gezicht van je eigen moeder op een allegaartje van beangstigende en onsamenhangende brokstukken lijkt.
De symptomen van autisme zijn bizar en tegenstrijdig: sociale en taalproblemen en obsessief gedrag, maar dan vaak gepaard aan buitengewone talenten. Volgens de Markrams zijn die symptomen het gevolg van één enkel neurologisch defect: een hyperactief brein dat gewone, alledaagse zintuiglijke indrukken overweldigend maakt. Die idee wordt door andere autismedeskundigen positief ontvangen. Als de Markrams gelijk hebben, dan voegt het koppel een belangrijke, nieuwe theorie toe aan het autismeonderzoek.

NIEUWE KLEMTOON
Sensoriële storingen worden al lang beschouwd als een van de voornaamste aspecten van autisme, maar de Makrams zijn de eersten die sensoriële overbelasting als de kern van de aandoening beschouwen. ‘Onze hypothese is dat mensen met autisme te veel waarnemen, voelen en onthouden’, aldus Kamila. Als gevolg daarvan zouden autistische baby’s zich terugtrekken, met alle gevolgen van dien voor hun sociale en taalkundige ontwikkeling.

De meeste theorieën terzake gaan ervanuit dat autisten een neurologisch gebrek hebben – dus dat bij hen het een of andere hersengebied niet goed functioneert. Maar volgens de theorie van de Markhams werkt hun brein niet te weinig, maar juist te veel.

Over de hardcore wetenschappelijke kant van de zaak: samen met collega Tania Rinaldi ontwikkelden de Markrams hun hypothese aan de hand van hun werk met een dierenmodel voor autisme (de zogenoemde VPA-rat), beeldvorming van het menselijke brein, bewijs afkomstig van autopsieën en subjectieve ervaringen van mensen met aandoeningen uit het ‘autistisch spectrum’.

MEER HERSENCELLEN,MEER VERBINDINGEN ...
cortexBij autisme is er een abnormale groei van het brein. Op de leeftijd van twee  à drie jaar is het brein van autistische kinderen liefst 10 procent groter dan dat van hun leeftijdgenootjes. Dat extra volume bestaat uit neuronen-structuurtjes, ‘mini-kolommen’ genaamd, in de buitenste laag van het brein of de cortex. De Markrams kwamen erachter dat die kolommetjes buitengewoon groot in aantal waren én dat ze ook uitzonderlijk goed met elkaar verbonden waren. Zo had elke mini-kolom in een VPA-rat  50 procent méér verbindingen dan normaal, wat ertoe leidt dat de neuronen makkelijker vuren. De circuits zijn bovendien ‘hyperplastisch’, wat betekent dat ze veel vlugger verbindingen vormen met andere neuronen dan normaal. Alles bij elkaar komt het er dus op neer dat de mini-kolommen in (VPA-ratten en vermoedelijk ook bij autistische mensen) beschikken over een buitengewoon groot vermogen om informatie te verwerken. En dat is volgens de Markhams nu net het fundamentele probleem van autisme. Overbodig te zeggen dat dat heel wat anders is dan een ziekteverhaal, en dat het je kijk op autisme kan veranderen.

EEN BIJZONDERE TOESTAND
In het oktobernummer van ons Duitse zusterblad Gehirn&Geist staat een vraaggesprek met Simon Baron-Cohen van de Universiteit van Cambridge, bekend autismedeskundige. Aan zijn instituut aan die universiteit wordt er niet meer over een ‘stoornis’ gesproken, zegt de neuropsychiater, wél over een ‘bijzondere toestand’. En hij licht toe: ‘We hebben bij autisten met een heel aantal zwakke, maar ook sterke kanten te maken.’ Op de vraag van de interviewer of autisme ooit te genezen zal zijn, antwoordt Baron-Cohen: ‘De hamvraag is – willen we autisme überhaupt genezen? Als we de tekortkomingen opheffen, dan zetten we daarmee misschien de bijzondere talenten van de betrokkene op het spel.’
Het wordt almaar duidelijker dat autisme geen ‘geestesziekte’ is. Hoogstens is het een aandoening, die mogelijk gepaard gaat met mentale problemen. Of de samenleving mensen met autisme of asperger eigenlijk wel moet proberen te ‘genezen’, is dan ook de vraag en momenteel het onderwerp van debat.


Tekening van persoon met autisme

Geschreven in AutismeVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Universele emoties

22 Augustus 2008, 16:15

Wereldwijd worden trots en schaamte op dezelfde wijze uitgedrukt. Die gevoelsuitingen zijn dus niet aangeleerd of cultureel bepaald.

Niet-blinde atleet op Paralympics.

Hebben de darwinisten iets over het hoofd gezien? Alleen al het stellen van die vraag staat anno nu ongeveer gelijk met heiligschennis. Toch is dat relevant in verband met een onderzoek naar de manier waarop mensen wereldwijde de emoties ‘trots’ en ‘schaamte’ uitdrukken. Trots – in tegenstelling tot angst, woede en vreugde – wordt niet als een ‘basisemotie’ beschouwd, en heeft tot nu toe nauwelijks aandacht gekregen van de wetenschap.

U hebt ze zojuist nog op televisie gezien, de winnende atleten met opgeheven armen en gezwollen borst. En u hebt ook de verliezers gezien, die letterlijk het hoofd lieten hangen. Volgens een nieuwe studie zijn die gevoelsuitingen niet aangeleerd en niet cultureel bepaald.

AANGEBOREN EXPRESSIES
De psychologen Jessica Tracy en David Matsumoto (die laatste is verbonden aan San Francisco State University) analyseerden voor een Canadees onderzoek foto’s van 140 judoka’s. Laatstgenoemden kwamen uit 36 landen en namen deel aan de Olympische en Paralympische Spelen van 2004. De atleten hadden zojuist een overwinning behaald dan wel verloren. 53 van hen waren blind – 12 van hen al van bij de geboorte. Aangezien zij wellicht nooit hadden gezien hoe anderen reageerden op succes of tegenslag, was dat van cruciaal belang voor het onderzoek.

Alle deelnemers, ongeacht of ze al dan niet konden zien en wat hun land van herkomst was, gaven op dezelfde manier te kennen of ze trots waren (naar achteren opgeheven hoofd, uitgezette borstkas, armen geheven) of beschaamd (hangende schouders, versmalde borstkas). Er was slechts één uitzondering: niet-blinde deelnemers uit Noord-Amerika en Europa hadden de neiging hun schaamte te verbergen (wellicht als gevolg van een cultureel bepaalde druk om een air van zelfvertrouwen te bewaren in alle omstandigheden).

“De emoties trots en schaamte zijn mogelijk geëvolueerd uit aangeboren non-verbale expressies, wat de lang geldende aanname uit de emotieliteratuur op losse schroeven zet dat er slechts een bepaald aantal emoties binnen het darwiniaanse referentiekader past”, zeggen de onderzoekers.

NOG MEER GEVOEL
Glijdende schaal van gemoedsbewegingen (Gehirn&Geist).

Is uw interesse gewekt? In de nieuwe Psyche&Brein gaan we dieper in op het ‘lezen van gevoelens’ op basis van de gezichtsuitdrukking. Zo blijkt uit tests dat de meeste mensen al heel snel de gevoelens van hun medemensen correct interpreteren. Overigens worden niet alle emoties even goed herkend. Terwijl blijdschap, woede en verbazing meestal juist geïnterpreteerd worden, levert het herkennen van angst, afschuw en verdriet soms problemen op.

Angst wordt vrijwel uitsluitend uit de bovenste helft van het gezicht afgelezen. En ook in het geval van verbazing spelen de ogen een doorslaggevende rol. Maar bij blijdschap is het precies omgekeerd: die is vrijwel onmogelijk vast te stellen als de mond niet meedoet. En ook een verdrietig of van afschuw vervuld gezicht is hoofdzakelijk te herkennen aan de onderste delen van het gezicht.

Dat bij het herkennen van emoties aan verschillende delen van het gezicht een verschillend gewicht wordt toegekend, bleek ook de oogbewegingen van proefpersonen werden geregisteerd met een zogenaamd eye-tracking system: bij een angstig gezicht letten de proefpersonen vooral op de ogen, bij een vrolijk gezicht richtten ze hun aandacht overwegend op de mond, en in geval van verdriet keken ze naar het hele gezicht.

Lees het volledige artikel ‘Gevoelens lezen’ van Harald C. Traue, doctor in de humane biologie en klinisch psycholoog, (en nog méér verhalen over gevoel en emotie) in Psyche&Brein nr. 4. En bedenk dat trots en schaamte biologisch zijn – niet cultureel – maar weer wél met status te maken hebben.

Geschreven in PsychologieVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Viagra voor depressieve vrouwen

23 Juli 2008, 13:11


Het blauwe pilletje kan vrouwen die geen zin hebben in seks omdat ze antidepressiva nemen, wél weer zin te doen krijgen. Tsja ...

Viagra Vanochtend  bij het overlopen van het wetenschappelijk nieuws op het net moet ik in mijn ogen wrijven. Het staat er echt: ‘Viagra could boost orgasms in depressed women’ kopt New Scientist. Het meldt ook dat de studie in kwestie werd gefinancierd door Viagra-producent Pfizer. Die wil het blauwe potentiepilletje natuurlijk ook voor vrouwen vermarkten. Dokters zochten al jaren naar een manier om vrouwen aan de Viagra te krijgen, maar tot nu toe zonder succes. Zo berichtte een Canadees artsenteam in het jaar 2000 dat de pillen ‘bij een seksuele stoornis even goed werkten als een placebo’, schrijft Der Spiegel. Nu lijkt het farmagigant Pfizer alsnog te lukken – tenminste als vrouwen daarin mee willen gaan.

HOE ZIT DAT DAN?
De werkzame stof in Viagra, sildenafil, heeft vaatverwijdende eigenschappen. Bij mannen blijft er daardoor bloed naar de penis stromen. Bij vrouwen gebeurt iets vergelijkbaars. Ook in de vagina zitten zwellichamen die gestimuleerd kunnen worden, menen de onderzoekers.

Eerder onderzoek had aangetoond dat Viagra de bloedtoevoer richting clitoris in de hand werkt, maar niet de seksuele voldoening. ‘Maar anecdotisch bewijs en een klein onderzoek’ suggereerde dat het middel het seksleven van vrouwen die aan de antidepressiva zijn zou kunnen verbeteren.

Zo’n dertig tot zeventig procent van de mensen die antidepressiva zoals Prozac en Zoloft nemen, hebben minder zin in seks. ‘Een pil die dergelijke bijwerkingen de kop indrukt, kan ervoor zorgen dat mannen en vrouwen hun medicijnen (lees: antidepressiva) blijven nemen.’ Dat tenenkrullende commentaar is van psychiater George Nurnberg van de Universiteit van New Mexico in Albuquerque, de man achter het kleine onderzoek.

72 PROCENT ZEGT NU BETER SEKSLEVEN TE HEBBEN
Aan de studie namen 98 vrouwen deel die werden behandeld met SSRI’s of selectieve serotonine-heropnameremmers,Bloem-bij en die als gevolg daarvan last hadden van ‘een of andere seksuele disfunctie’. Ze kregen Viagra dan wel een neppil. Er werd hen gevraagd de pil in te nemen twee uur voor ze verwachtten te zullen vrijen. Twee maanden later had driekwart van de vrouwen die een placebo namen nog steeds geen zin in seks, bij de Viagra-groep had maar 28 procent geen zin. Viagra zou zelfs hebben geholpen een orgasme te bereiken én ook ‘betere orgasmes’ te hebben (voelt u hem al komen?). En het zou relatief weinig bijwerkingen hebben gehad – het ligt eraan hoe zwaar je tilt aan koppijn, lichte spijsverteringsproblemen en opvliegers of vapeurs.

PILLEN TEGEN BIJWERKINGEN
Voor Pfizer is dat geweldig nieuws, want de verkoop van Viagra is gestagneerd en in 2011 kunnen andere farmabedrijven generische versies op de markt brengen. Uiteraard moet er nog verder onderzoek gebeuren enzovoort, maar uiteindelijk zal Viagra voor vrouwen er wel komen, lijkt mij. De ironie dat je een geneesmiddel neemt om de bijwerkingen van een ander geneesmiddel ongedaan te maken, is gróót. Ik hoop dat vrouwen (depressieve én andere) twee keer zullen nadenken. Zoals mijn moeder zaliger al zei: weg met de seksuele prestatiedruk, weg met de farmaceutische concerns die ons vanalles aansmeren!

Geschreven in MaatschappijVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine

Besmet met alzheimer?

30 Mei 2008, 13:31

Wij weten al even dat infecties de oorzaak zijn van van verschillende chronische aandoeningen. Een bekend voorbeeld zijn maagzweren, die worden veroorzaakt door Helicobacter pylori. Het nieuws is dat de lijst van die ziektes almaar langer lijkt te worden.

Verkeersbord alzheimer Dat infecties de oorzaak kunnen zijn van chronisch-progressieve aandoeningen heeft nieuwe perspectieven geopend voor het alzheimeronderzoek. In een special van het tijdschrift Journal of Alzheimer’s Disease van mei 2008 gaat een aantal internationale deskundigen daarop in. Judith Miklossy van de Universiteit van British Columbia, Ralph N. Martins van Cowan University treden op als gastredacteuren.

De ziekte van Alzheimer, de voornaamste oorzaak van dementie, is een vorm van amyloïdose of stapeling van ongewoon eiwit dat normaliter niet in het lichaam voorkomt.

Al honderd jaar is geweten dat dementie, hersenatrofie en amyloïdose kunnen ontstaan door chronische bacteriële infecties. Toch was er tot nu toe weinig belangstelling voor het gegeven dat ziektemakers de verdediging van het lichaam kunnen onderdrukken of misleiden, en zo chronische of latente infecties doen ontstaan.

Tijdens zo’n infectie kan er schade aan het DNA worden toegebracht. In bepaalde gevallen kan het organisme in het geïnfecteerde weefsel blijven zitten en leiden tot chronische inflammatie en amyloïde plaques. Het verdere verloop van de infectie hangt af van de genetische ontvankelijkheid van de patiënt en de kwaadaardigheid en biologie van de ziekmaker. Verder spelen ook omgevingsfactoren en voeding een belangrijke rol, stippen de auteurs aan. Voorts wijdt Journal of Alzheimer’s Disease nog bijdragen aan bewijs voor de betrokkenheid van onder meer het Herpes simplexvirus type 1 bij het ontstaan van alzheimer.

SCHIZOFRENIE, AUTISME ...

Op het moment dat de berichten over alzheimer en infectie opduiken op het net, stuurt Psyche&Brein een verhaal naar de drukker dat gaat over de (reële) mogelijkheid dat microben mentale aandoeningen verspreiden.

Het lijkt verbijsterend: volgens een almaar hogere stapel studies is prenatale griep de oorzaak van schizofrenie. Kinderen van moeders die er tijdens de zwangerschap mee besmet raakten, lopen meer kans om later in hun leven schizofrenie te ontwikkelen. In 2006 al poneerden wetenschappers van Columbia University dat tot één vijfde van alle gevallen van schizofrenie veroorzaakt zijn door prenatale infecties.

Maar ook autisme, bipolaire stoornis en obsessief-compulsieve stoornis zijn in verband gebracht met bacteriële, virale of parasitaire infecties die patiënten hebben opgelopen als foetus, als kind of zelfs als volwassene. Sommige van die besmettingen tasten het brein rechtstreeks aan. Andere veroorzaken wellicht reacties van het immuunsysteem die de ontwikkeling van de hersenen verstoren.

Deze berichten komen hard aan voor wie iemand heeft verloren als gevolg van alzheimer of houdt van iemand die lijdt aan alzheimer of een andere geesteszieke. (Je denkt: ‘Alzheimer is onafwendbaar, maar een infectie moet toch te voorkomen zijn geweest?!’) Ook kan dat nieuws een belasting vormen voor (aanstaande) moeders, dat spreekt vanzelf. Toch geldt zoals gewoonlijk dat weten beter is dan onzekerheid.

Vooralsnog gaat het om opvallende correlaties, en is het wachten op sluitend bewijs. De voorbije eeuw slaagden artsen in de bestrijding van fysieke aandoeningen, veroorzaakt door infectie. De hoop van velen is nu gevestigd op de genezing van ziekten van de ziel.

Geschreven in AlgemeenVaste linkAlzheimerVaste link

Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon
  • NewsVine