Kan je een homo herkennen? Met de gaydar?
Hij loopt door de winkelstraat met een brede glimlach en wijst elke voorbijganger met de wijsvinger aan. “Jij ben er geen, jij ook niet, maar jij wel, jij niet…” Elke getaxeerde man en vrouw kijkt de zonderling aan met een blik van ‘weer een gestoorde’. De man met de wijsvinger is evenwel geen gek, maar heeft – zoals velen – artikels gelezen in de krant over een Amerikaans onderzoek dat aantoont dat de gaydar wel degelijk bestaat. Het gekke woord is een samentrekking van gay (homoseksueel) en radar: mensen zouden een radarsysteem hebben om homo’s met één blik te onderscheiden van hetero’s. Sommigen waren hier al langer van overtuigd, maar wetenschappelijke studies om dit te ondersteunen bleven uit. Nu zou het dus toch zijn hardgemaakt. Geen wonder dat de media daar gretig op springen, sensatie verzekerd. “Hij wel, zij niet…” Evenwel, massa’s reacties in lezersbrieven, twitterberichten enzovoort, tonen aan dat hier flink wat onduidelijkheid over bestaat. Dus wordt de verleiding groot om er een stukje aan te besteden.

Vooreerst het onderzoek zelf, daar is wel een en ander over te zeggen. Het werd uitgevoerd door een laatstejaarsstudent die zijn masterthesis had gepubliceerd. Zo een eindwerk is bijna nooit echt af en vraagt meer uitdieping, een vervolg dringt zich op. Het gebruikte materiaal is ook onderhevig aan discussie en vatbaar voor verbetering. Maar dat betekent niet dat deze studie waardeloos zou zijn. Zeker niet, het is een interessante aanwijzing dat er wel degelijk een gaydar zou bestaan, en dit nodigt uit tot verdere analyses. De onderzoeker toonde immers aan dat er verhoudingen binnen het gezicht zijn waardoor mensen onbewust het onderscheid kunnen maken tussen homo’s en hetero’s, zowel bij mannen als bij vrouwen. Zelfs een gezicht dat ondersteboven werd getoond, kon nog herkend worden. Misschien vindt u dat totaal onbelangrijk, maar in de homowereld, waar mensen graag contacten leggen met het eigen geslacht, is enige zekerheid over de geaardheid van de andere welkom. Er wordt uitgekeken naar een duidelijke beschrijving van de tekenen waarop je moet letten. Die zijn zeker nog niet gekend. Maar de studie is ook in een gedragsbiologische context interessant.
Bekeken vanuit de evolutiebiologie is de zoektocht naar een gaydar een boeiende vraag. Immers, als we darwinistisch denken zouden we inderdaad signalen voor homoseksualiteit kunnen verwachten. En dan gaat het niet over culturele dingen zoals kleding, haardracht of de wijze van beweging om de seksuele voorkeur aan te geven, maar signalen in de structuur van het lichaam. Waarom? Ik heb de laatste jaren al voldoende duidelijk gemaakt dat homoseksualiteit door een evolutionair proces gevormd is, naast de zuivere voortplantingsseksualiteit. Dus dat moet nu niet meer worden betoogd. Maar zodra homoseksualiteit ontstond in de evolutie van de mens, kon het erg nuttig zijn om die geaardheid meteen bij een potentiële partner de herkennen. Een vrouw of een man had er bij onze voorouders geen baat bij te ‘jagen’ op een mogelijke partner als die haar of hem uiteindelijk toch links zou laten liggen voor iemand van het eigen geslacht. Bovendien, vrouwen en mannen kennen onderling flink wat competitie om een partner te verschalken. Als je meteen weet dat iemand geen concurrent is, kan energie en tijd worden gespaard. Kortom, we zouden mogen verwachten dat er signalen voor homoseksualiteit zijn ontwikkeld.
Waarbij je meteen de vraag stelt welke tekens dat dan zouden kunnen zijn? Daar hebben we het gissen naar. De evolutie ontwikkelt vaak een signaal voor iets zonder dat het er een rechtstreeks verband mee heeft. Stel dat door een toevallige mutatie homo’s groene oren zouden krijgen, dan kan evolutie de kleur van deze organen verder vast verbinden aan de seksuele geaardheid. Zonder dat de kleur van de oren ook maar iets betekent binnen een seksuele context. Het zijn zeker geen groene oren geworden, hun functie zou al lang gekend zijn. Het gaat om verhoudingen binnen het gezicht en die moeten door verder studies ontcijferd worden.
Om die reden zijn de voorlopige gegevens van het genoemde onderzoek interessant. Ze geven aan dat deze evolutionaire gedachtegang juist zou kunnen zijn. Toegegeven, de resultaten waren niet erg overtuigend: zestig procent van de proefpersonen gaf een juist antwoord bij het aangeven van iemands seksuele geaardheid aan de hand van zijn of haar foto. We kunnen evenwel geen honderd procent juistheid verwachten. Vergeten we niet dat er een continuüm bestaat van hetero- naar homoseksualiteit, slechts weinig mensen hebben een echt uitgesproken seksuele aard. En als er tussen deze uitersten veel overgangen of tussenvormen bestaan, tja, dan zal dat ook weergegeven worden in eventuele signalen in het gezicht – van licht- tot donkergroen – wat de duidelijkheid niet ten goede komt.
De resultaten van het onderzoek zijn nog zo erg voorlopig dat ik er niet over zou schrijven. Maar er is veel commotie door ontstaan, en dus zijn bovenstaande beschouwingen misschien welkom. Och ja, als u die olijke wijsvingerman in de winkelstraat ontmoet, zeg hem dan dat zijn spelletje misschien voorbarig is en dat hij het later eens moet overdoen. Of… heeft het eigenlijk wel zin om mensen steeds te klasseren?











| 

Indien 1 persoon van een ééneiige tweeling homosexueel is, is de andere dit dan automatisch ook?
Nee, niet automatisch, maar de kans is wel groot. Homoseksualiteit wordt - net als alle gedrag - zowel genetisch als cultureel (dus door de omgeving) bepaald.