Neanderthaler, oermens of supermens?
Boenkboenk verlaat de grot met zijn dikste knots en loopt grommend rond op zoek naar een prooi. Zodra die in het vizier komt, loopt hij erop af, geeft een flinke mep op haar hoofd en sleurt zijn wijfje-voor-vannacht met het haar terug naar zijn grot. Morgen zal hij d’er weer uitgooien.
Zo gedraagt de holbewoner zich, ruw, lomp en agressief. Of zo stellen wij ons dat toch voor. Duizenden jaren leefden onze voorouders als primitieve bruten, gebruikten ze geweld en was al het menselijke hen vreemd. Dat is het klassieke plaatje. Oké, ik overdrijf wat, want het is ondertussen al wel geweten dat dit beeld te extreem is, maar toch worden onze verre én nabije voorouders steeds weer als bijzonder primitief voorgesteld. Kijk naar cartoons, films, grapjes… de holbewoner zwaait meer met zijn knots dan met verstand, als hij dat al heeft. Het is – rekening houdend met de wetenschappelijke kennis vandaag – verstandig om het beeld van het primitieve verleden uit te vegen. Ik wil mijn steentje bijdragen. Het is immers een algemeen idee: alles wat ons vooraf is gegaan, en dat is zowat de hele dierenwereld, is primitief. Wij zijn hoogstaand, wij overstijgen de natuur, wij zijn zo goed als goddelijk. Het is tijd om van ons voetstuk te stappen.
Laat me eerst dit duidelijk stellen. Een voorgaande stap in de evolutie, dichtbij of veraf, is nooit primitief. Alle soorten die ons zijn voorgegaan in onze ontwikkeling, van de vissen tot Homo erectus, waren goed aangepast. Als dat niet zo was, als ze gebrekkig in elkaar zaten, zouden ze niet overleefd hebben, zich niet voortgeplant hebben en nooit onze voorouders zijn geworden. Dus de term ‘voorouder’ is al zo goed als een keurmerk voor goed aangepast zijn. Die fameuze holbewoner zou met zijn knots niet veel aanspraak kunnen maken op potentiële partners en zeker geen goede vader zijn die mee voor de overleving van zijn kinderen zorgt. Je kan er donder op zeggen dat hij het juiste gedrag zal hebben vertoond om duidelijk te maken aan de dames in zijn gemeenschap dat hij een piekfijne partner en eersteklas vader zal zijn.
We staan stil bij Homo neanderthalensis, zeg maar de neanderthaler. Hij is geen voorouder van onze soort, wel een broer. We stammen allebei af van H. erectus, maar hij heeft enkele tienduizenden jaren geleden het loodje moeten leggen. De oorzaak hiervan is nog onderwerp van wetenschappelijke discussie. Wij zijn de veel jongere broer en overleefden de neanderthaler. We hebben als soort nog lang niet zijn succes qua levensduur bereikt, en het is verre van zeker dat ons dat nog zal lukken, mar goed. Het feit dat hij verdween en wij niet, maakt het interessant om zijn ‘menselijke’ status te bekijken. Het gangbare beeld van de neanderthaler is evenzeer dat van de ongemanierde, primitieve bruut. “De dronkenlap ging als een neanderthaler tekeer!” En toch is er al voldoende gekend over onze broer om te weten dat hij lang niet beantwoordt aan dat gebrekkige beeld. Denken we maar aan zijn cultuur van begraven. Neanderthalers lieten hun doden niet aan hun lot over, maar legden ze in een graf. Dat betekent enige ceremonie en een vorm van symbolisch denken: er werd wellicht aan een of andere vorm van ‘leven na de dood’ gedacht. Of denk aan hun sociale zorg: er zijn fossielen opgegraven van zwaar gewonde individuen die nog vele jaren geleefd hebben – de kwetsuren waren immers geheeld – dat is enkel mogelijk wanneer er voor hen gezorgd werd. Dus mogen we aannemen dat neanderthalers voor hun zieken en gewonden zorgden. Beantwoordt dat nog aan het beeld van de brute barbaar?
Uit het rijke fossiele materiaal kon men ook afleiden dat neanderthalers een hoogstaande intelligentie hadden aangaande de natuur. Zij moeten mentale kaarten van de omgeving hebben gehad, met vuur hebben gewerkt, het gedrag van hun prooidieren hebben gekend. Bovendien kunnen we er niet aan twijfelen dat ze een taal hadden ontwikkeld, ja zelfs een grammaticale taal. Ze hadden een stemorgaan zoals wij. Afdrukken aan de binnenkant van de schedel geven aan dat ze dezelfde taalcentra in de hersenen moeten gehad hebben als wij. Naast taal was er ook techniek. Ze vervaardigden werktuigen die nauwelijks te onderscheiden waren van de onze. Hebben ze de bedrevenheid van de mens overgenomen, of omgekeerd? Hoe dan ook, niet bepaald een primitieve wildeman.
Maar onze appreciatie voor de neanderthaler mag een stuk verder gaan sinds recente bevindingen nog meer op een menselijke aard wijzen. Zo zouden ze juwelen hebben gemaakt, halssnoeren van schelpen bijvoorbeeld. En zouden ze make-up hebben gekend. Ook dit artistieke gedrag wijst in de richting van symbolisch denken. We gaan nog verder. Onlangs werden in Spaanse grotten tekeningen van zeehonden gevonden die dateren van voor de komst van onze soort. Ook zijn enkele artistiek gemaakte afdrukken van handen ontdekt die ouder zijn dan de Europese mens, die zouden op een kunstuiting van de neanderthalers kunnen wijzen. Als mensen zo fier zijn op hun kunst, kunnen we die creativiteit bij een andere soort dan afdoen als een pietluttigheid?
Nog recenter zijn er aanwijzingen opgedoken dat onze broedersoort niet alleen vlees at, maar ook planten die werden bereid, gekookt zeg maar. Enkele van die planten werden zelfs niet omwille van hun heerlijke smaak gegeten, maar voor hun medicinale eigenschappen. Neanderthalers zouden zich dus hebben genezen met de helende kracht van kruiden. Apothekers avant la lettre.
En we zijn er nog niet, bekijk even deze gegevens. Op Griekse eilanden zijn werktuigen gevonden uit de cultuur die eigen was aan de neanderthalers. Die cultuur dateert van vele duizenden jaren voor de intrede van onze soort in Europa. De eilanden zijn steeds geïsoleerd gebleven van het vasteland. Eén van hen is het huidige Kreta, dat al vijf miljoen jaar een eiland is. Hoe zijn die dingen daar terecht gekomen? Per luchtpost? De enige verklaring is dat de neanderthaler de zee overstak, dus boten of vlotten maakte. Er zijn sceptici die zeggen dat je ook kan zwemmen, maar we spreken hier algauw over meerdere kilometers – voor Kreta is dat 40 km – die moesten gezwommen worden, met de nodige handbijlen of ander materiaal in je hand. Even weinig waarschijnlijk als airmail. Het is natuurlijk jammer dat de vaartuigen niet kunnen teruggevonden worden. Ze zullen wellicht van hout zijn gemaakt, en dat bewaart niet. Maar de vondsten van de werktuigen op de eilanden zijn overtuigend genoeg om te kunnen besluiten dat de neanderthalers zeevaarders waren, meer dan honderdduizend jaar geleden. Van onze soort is geweten dat pas vijftig duizend jaar geleden zeeën werden overgestoken, om Australië te veroveren. Dus, de neanderthalers waren deze techniek al meester toen de mens nog in Afrika rondliep, in zijn evolutionaire pampers, of minstens korte broek.
Er moet niet lichtzinnig worden omgesprongen met dit argument, want varen op zee vraagt wel wat meer cognitief vermogen dan een boom uithollen tot een kano, of stammen aan elkaar binden tot een vlot. Neanderthalers moeten een cultuur hebben ontwikkeld die wel iets verder gaat dan de brute barbaar. Als je zo lang op de boot zit, moet je voor proviand zorgen, vooruitdenken dus. Maar vooreerst moet er een duidelijke blauwdruk zijn gemaakt om de kano of het vlot te maken, je moet van te voren precies weten waar je heen wil met je constructie. En waarom zou je sowieso gaan varen? Er moeten plannen hebben bestaan die aanzetten tot zulk groots avontuur. Lekker op het strand gelegen, sprong er plots een neanderthaler op, keek over het water en riep “Ik maak iets om het water op te gaan!” Vergeet het maar. Misschien was er hongersnood en was de gedachte gerijpt dat er iets voorbij de horizon kon zijn. De grootste durvers hebben dan gebruik gemaakt van de kennis die ze wellicht al hadden om te vissen, om een groter vlot te maken en het onbekende tegemoet te varen. Dat houdt een toekomstbeeld in en een geloof in iets onzichtbaar. Of misschien waren het bannelingen die op een vlot werden gezet, en als straf de zee op werden gestuurd; zij die geluk hadden zagen land, de anderen konden het niet navertellen. Maar dat houdt dan weer een soort van rechtspraak in. Waarom werden ze verbannen? En ga zo maar door. We kennen de motieven van dit avontuur niet, maar we kunnen wel aan een hoog ontwikkeld systeem denken.
Staat u me toe te voorspellen dat we de komende jaren nog veel elementen zullen vinden die erop wijzen dat de neanderthaler – en bij uitbreiding ook andere ‘mensen’ – veel minder primitief waren dan wij plegen te denken. Rekening houdend met de bovenstaande gegevens moeten we de zaak misschien wel omkeren en waren andere soorten, zeker de neanderthaler, meer ontwikkeld dan wij. Hadden zij een veel complexere en verfijnder cultuur. Hadden zij een hoger cognitief vermogen. Hadden zij meer recht om aanspraak te maken op de term ‘mens’ dan onze soort. Goed, zegt u, maar zij zijn toch maar lekker verdwenen en wij niet. Als zij dan toch zoveel slimmer waren dan wij, waarom blijven wij dan alleen over? Dat is een goede en boeiende vraag, het antwoord hierop kennen we nog niet. We weten niet waarom de neanderthaler verdween. Of onze directe voorouder, Homo erectus, die nochtans zowat twee miljoen jaar heeft geleefd en als eerste Afrika verliet. Maar wat het antwoord van die verdwijning ook moge zijn, het is geen aanwijzing van onze suprematie. Vergeten we niet dat onze soort nog maar tweehonderd duizend jaar bestaat, eigenlijk de moeite niet om over te spreken, in evolutionaire termen. Misschien zijn we binnenkort ook weg.
Een hypothese zegt dat wij de neanderthaler hebben uitgeroeid. Mooi is dat. Hoogstaand! Als dat klopt, moeten we misschien het beeld ophangen van de verfijnde neanderthaler die kunst vervaardigde en boten maakte, en dat van de agressieve mens, met de knots zwaaiend en al wat bewoog doodsloeg. Tot er geen slachtoffers meer over bleven… Zouden wij zoiets durven? Tja, denk eens aan de Indianen.
Het zou kunnen, maar dit is zuiver giswerk, dat andere soorten verdwenen omdat ze niet opgewassen waren tegen vreselijke parasieten, bacteriën of mensen. Zodra de mens Afrika verlaten heeft, werden andere soorten met zijn agressie geconfronteerd en ging dat te snel om zich eraan aan te passen. Zoals de introductie van de nijlbaars in het Victoriameer in Afrika honderden andere soorten vissen heeft kapot gemaakt. Dit zal wel wat overdreven zijn, maar – laten we eerlijk zijn – is dit scenario zoveel onwaarschijnlijker dan ons beeld van een superieur wezen dat terugkijkt op een resem primitieve, barbaarse voorouders? Gelukkig dragen wij nog wat genen van de neanderthaler, als aandenken aan onze grote broer.
Boenkboenk verlaat de grot met zijn mooiste houtsnede en loopt vrolijk neuriënd in het rond op zoek naar een dame die hij wil versieren om moeder te worden van zijn kinderen. Daar, bij die boot, daar zit ze. Ze klapt in de handen bij het horen van zijn melodie, ze legt het halssnoer dat ze bewerkt met kleurstof neer en knikt hem toe: “Ja, ik wil!”











| 
