SciLogs International .com.be.es.de

Zang is ouder dan taal

Door Mark Nelissen, 26 Februari 2013, 15:20

De zon trekt zich beetje bij beetje terug achter de horizon en kleurt de lucht boven de savanne donkerrood. Een man, gehurkt op een rotsblok, staart voor zich uit en stuurt een monotone, lang aangehouden oh-klank over de grasvlakte. Hij zet grote druk op zijn longen om zo luid mogelijk te klinken. Na enkele seconden daalt de toonhoogte, en daarna weer, om dan plots de hoogte in te schieten. Het gaat door merg en been. De man haalt diep adem en herbegint zijn lied. De oh wordt vervangen door ah. Bij een volgende strofe is het weer een andere klinker. Zo galmt zijn gezang minutenlang over de savanne. Hij rust enkele seconden, laat zijn ogen over de vlakte glijden en begint aan een nieuw lied. Het is een zoemend neuriën waarin hij sneller van toonhoogte verandert. Hij gaat staccato verder en ondersteunt de cadans met ritmische slagen met de hand op een hol stuk hout. Dan stopt hij weer plots en laat een brommend geluid horen dat diep in zijn borstkas resoneert en crescendo aanzwelt. Hij schakelt weer over op geneurie, met weer een ander motiefje. Honderdduizenden jaren later zal hij Puccini inspireren tot het ‘zoemkoor’ in Madame Butterfly, maar dat weet hij niet. De zon is nu volledig verdwenen. De zanger zwijgt, geniet nog van de avondrode savannelucht, staat dan op en gaat met een rustig gemoed naar zijn slaapstee. Een steenworp verderop is het hart van een jongedame sneller gaan slaan. Zij zocht nog wat knollen voor het diner, maar raakte in de ban van het schone gezang en verloor de tijd uit het oog. Morgen zal ze de man opzoeken en haar meest verleidelijke blik op zijn ogen richten.

Is dit een melige versie van een retrograde sciencefiction? Misschien wel, maar het woordje ‘fiction’ mag in dezen binnenkort misschien worden geschrapt. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat zang en muziek ouder zijn dan onze taal. Dat mensen, of hun voorouders, communiceerden via woordeloze liederen en ritmische bewegingen. Muziek is vandaag wellicht onze edelste kunstvorm, het zijn bijzonder knappe koppen die haar maken of produceren. Muziek wordt soms als het hoogtepunt van onze cultuur beschouwd, van ons mens-zijn. Wat biedt ons evenveel schoonheid, wat raakt ons emotioneel even intens? Daarom strijkt de titel boven dit stukje ons tegen de haren in. En toch, als we de zaak even rustig bekijken, drijft de sentimentele inleiding verder weg van de sciencefiction.

 


De jongedame die in de ban raakt van de hemelse klanken en later de man als partner wil strikken, gehoorzaamt aan een fundamentele eis van de evolutie: kies voor je kind een vader die goede genen heeft. Ze zou een DNA-analyse kunnen laten uitvoeren, maar… te duur. In plaats daarvan en geheel buiten haar weten om, richt ze zich op indicatoren die verklappen dat de man hoogstwaarschijnlijk goede kwaliteiten heeft, en die zal doorgeven aan zijn kinderen. Kijk. De kans is groot dat de zanger gezond is. Zijn lied is van ver te horen, het wordt geproduceerd met een geweldige resonantie in zijn ribbenkast en hij kan elke klank zeer lang aanhouden. Dat doe je niet met zwakke longen, met kortademigheid of gewoon met een zwak gestel. De fysieke prestatie van zijn zang is een sterke aanwijzing dat hij gezond is en een goed gestel heeft. In de loterij van de erfelijkheid is de kans groot dat hij dezelfde kwaliteiten aan zijn kinderen zal doorgeven. Maar er is meer. Hij etaleert met zijn zang niet alleen zijn lichamelijke kwaliteiten, maar ook zijn creativiteit. Met de toonzetting van zijn motiefjes, het timbre van zijn stem, de onbeschrijfbare overgangen van de ene toonhoogte naar de andere, componeert hij een schoonheid die de jongedame emotioneel raakt. Om klanken te laten opgaan in schoonheid, moet je creatief zijn. En dat vraagt een groter cognitief vermogen dan gemiddeld. Ook dat wijst op goede genen, want je kunt veel van anderen leren – daar dienen onze scholen voor – maar zonder een aangeboren aanleg voor creativiteit en intelligentie gooi je geen hoge ogen.

Onbewust heeft de vrouw die haar oog, en vooral haar oor, op de zanger heeft laten vallen, ook deze afwegingen gemaakt. De muziek die hij componeerde en uitvoerde geeft geen absolute zekerheid dat hij een geschikte vader voor haar kinderen kan zijn, maar is wel een belangrijke indicatie. Nadat hij verstrikt zal raken in haar netten, betoverd door haar ogen en andere vrouwelijke attributen, heeft ze tijd genoeg om nog meer aanwijzingen te zoeken. Is hij een goed jager? Heeft hij status?

Wil dit nu zeggen dat zang ontstaan is om vrouwen te versieren? Misschien wel, net als humor, maar waarschijnlijk was verleiding een secundaire functie – dat komt vaker voor in de evolutie – en werd gezang al eerder, in andere systemen gebruikt. Communicatie bijvoorbeeld. De samenleving van onze voorouders was niet altijd eenvoudig, de levensomstandigheden konden hard zijn, agressieve conflicten waren nooit ver weg… dat maakt dat een goede emotionele communicatie van onschatbare waarde was. In het hele dierenrijk maken groepsleden hun motivaties aan elkaar bekend, meestal met lichaamshoudingen, bewegingen, kleurveranderingen. Zo ook bij de mens. Maar hij maakte wellicht ook gebruik van geluiden. Waarom denken we dat? Laten we voor de verklaring even te rade gaan bij een mooie theorie die vrij algemeen wordt aanvaard en hier opheldering kan brengen.

Apen houden hun groep samen door elkaar veelvuldig te vlooien, twee aan twee. Alle bindingen die aldus tussen de dieren ontstaan kunnen worden opgeteld tot een kracht die de hele groep bijeenhoudt. In samenlevingen van twintig of dertig dieren is dat nog doenbaar, de dieren kunnen er voldoende tijd voor vrijmaken. Maar onze voorouders leefden in veel grotere groepen, met meer dan honderd leden. Als zo veel mensen in een groep elkaar twee aan twee moeten vlooien, betekent dat een te groot beslag op hun tijdsbudget. Vergeet niet dat er ook nog andere dingen moeten worden gedaan. Dus moest dit tijdverslindende gedrag worden vervangen door een meer doeltreffend systeem, waarbij een individu in één keer meerdere groepsgenoten kan ‘vlooien’. Die efficiëntie werd gevonden in klank. Denk aan de moeder die haar huilende baby troost met sussende geluidjes. Op dezelfde manier konden leden van grote groepen voldoende snel contact houden met elkaar – het akoestisch ‘vlooien’ hoefde niet meer twee aan twee – en was de samenhang verzekerd. We weten natuurlijk niet hoe dat klonk, maar dat is niet zo belangrijk. Of het nu gaat om brommen, piepen, neuriën of zingen… we weten dat het anatomisch en fysiologisch mogelijk was. Meer dan waarschijnlijk moeten we zo de klanken begrijpen die in eerste instantie de groepssamenhang verzekerden en daarna de basis konden worden van de woordeloze liederen.

Mocht deze gedachtegang u toch vreemd in de oren klinken, denk dan aan andere sociale diersoorten die communiceren met variërende toonhoogtes, timbres of ritmes, zoals vogels, apen, walvissen... Hun liederen komen soms in de buurt van wat wij schoonheid noemen. Liet Tsjaikovski zich niet inspireren door de nachtegaal? Het gebruik van zang is dus vele miljoenen jaren ouder dan de mens. Het zou moeilijker te verklaren zijn wanneer het bij een ultrasociale soort als de onze juist verloren was gegaan. Sterker nog, de hersenen van vrouwelijke vogels die de zang van een mannetje beluisteren tonen een emotionele reactie die sterk te vergelijken is met deze van mensen die hun favoriete muziek horen.


Een ander argument om deze visie te staven is de eenvoud van de melodieuze klanken. De gesproken taal is vele malen ingewikkelder. Om te neuriën of te brommen of klanken te zingen is geen ingewikkelde articulatie nodig, geen uiterst complexe regeling van vibrerende stembanden. Die vergen een bijzonder ingewikkeld neuronencircuit in het brein. Bovendien, onze woordenschat en grammatica nemen een zeer groot deel van de hersenschors in om uiterst gecompliceerde programma’s te kunnen draaien. Zolang er geen woorden in een lied zitten, is het dus anatomisch en fysiologisch veel eenvoudiger dan taal. Je hebt wel een stevige borstkas nodig en goed ontwikkelde spieren. Maar we weten dat onze voorouders die hadden.

 


En dan is er nog de universele relatie tussen emoties en muziek of zang. Overal ter wereld houden mensen van muziek, en kunnen ze er, soms tot tranen toe, door bewogen worden. Als dat effect zo algemeen verspreid is, moet het wel bijzonder oud zijn, en is het een evolutionaire aanpassing. De functie van emotionele communicatie komt dan in zicht.

Even universeel is de groepsbindende eigenschap van zang. Waar mensen hun samenhorigheid willen onderstrepen, zingen ze in groep. Gaande van een clubje studenten op café tot landgenoten die hun volkslied aanheffen. Het muzikale vlooigedrag van onze voorouders is dus nog niet uitgestorven. Uit de volkenkunde weten we dat zang en dans een algemeen gebruikt middel zijn om de stamleden bij elkaar te brengen.


Sommige onderzoekers zien een sterk argument voor de zang-als-communicatievisie in de moeder-kindinteracties. Ik vermeldde al dat een moeder haar baby kan geruststellen met klanken. Er is een theorie, put the baby down genoemd, die stelt dat deze geluiden hun oorsprong vinden in het verlies van onze vacht. Apenmoeders kunnen hun baby meesleuren als deze zich vastklampt aan de vacht. Bij onze naakte overovergrootmoeders kon dat niet meer, en zij waren gedwongen hun kindje neer te leggen wanneer ze voedsel verzamelden. Elke moeder kent de onrust in het wiegje als de baby alleen nog maar vermoedt dat hij verlaten is, en ze weet dat enkele geluidjes hem al geruststellen. Zo deden die voedselzoekende voorouders het ook. De theorie gaat verder. Volgens weer andere onderzoekers is dit de basis van onze zang, en dus van al het muzikale gedrag dat in dit stukje aan bod is gekomen. Vandaag horen we moeders nog steeds communiceren met de kleine spruit via melodieuze vocalisaties. Als u iemand een zuigeling hoort toespreken met een monotone klank, belt u meteen de politie wegens kindermishandeling. De zogenaamde baby-talk staat dichter bij zang dan onze gewone spreektaal en is geschikt voor communicatie met een wezentje dat onze taal nog niet machtig is.

De overgang van melodieuze communicatie naar een taal is vrij eenvoudig te begrijpen. Zonder woorden te gebruiken kun je bij het zingen veel verschillende klanken gebruiken. Het is meer dan waarschijnlijk dat een klank geassocieerd kon worden met een begrip. Een staccato o-klank betekende gevaar. Bij een oe-klank werden groepsgenoten samengeroepen. Een i-e-i-e afwisseling stond voor ‘honger!’ Het ritmisch kletsen op de borst kon vertaald worden in ‘wil je mijn vriend zijn?’ (bij Facebook is één klik genoeg). Er zijn aapjes die verschillende geluiden hebben voor verschillende gevaren, waarom zou dat bij onze soort niet kunnen? En zodra klanken een betekenis hadden gekregen, was het enkel nog zaak om ze te combineren om nog meer informatie te kunnen uitwisselen. De grammatica stond in de startblokken.

Allemaal goed en wel, zegt u, maar wij zingen toch niet als we met elkaar praten! Juist. Ook dat is goed te begrijpen. Zodra taal ingewikkeld genoeg was geworden om complexe dingen uit te drukken, moest het ook een beetje vooruitgaan. Je wint veel tijd door de woorden kort uit te spreken in plaats van ze enige seconden met verschillende toonhoogten aan te houden. Als Madame Butterfly niet gezongen maar gesproken zou worden, bent u voor de pauze al thuis. De melodie maakte plaats voor de snelle verstrekking van informatie. Nu en dan, wanneer emoties moesten worden uitgedrukt, of een vrouw versierd, werd de zang weer tevoorschijn gehaald. Maar doordat dit eerder occasioneel gebeurde, verdween muziek uit de opvoeding. Tegenwoordig hebben we hiervoor speciale lessen nodig. En betalen we veel voor een optreden van Andrea Bocelli. 


Als de zon boven de kim verschijnt, staat de jongedame al te wachten naast de slapende zanger die haar gisteravond zo geroerd heeft dat ze met honger naar bed is gegaan. Hij wordt wakker, krijgt de schone in het vizier en bloost, hij is gecharmeerd van haar aandacht. Zij zou hem willen zeggen ‘o edele man, hoe diep is je lied in mijn hart doorgedrongen…’ of zoiets, maar de taal is nog niet geboren. Ze begint voor zijn ogen zachtjes heen en weer te wiegen. Als haar heupen naar links gaan, draait haar bovenlichaam naar rechts, en weer terug. Ook het hoofd wordt sierlijk heen en weer gedraaid, de schouders achteruit getrokken, de lippen lichtjes getuit, alsof ze zich klaarmaakt voor een zoen. Met dezelfde slingerende elegantie draait ze om en om. Haar dans accentueert de vrouwelijke welvingen van haar lichaam, ze zetten haar jeugdige verschijning meer luister bij. Ze kijkt rugwaarts naar haar prooi en glimlacht met de tong ietwat uitgestoken. Honderdduizenden jaren later zal men haar dans sensueel noemen. Nu etaleert ze enkel haar capaciteiten als partner. Dans, als communicatiemiddel voorafgaand aan de taal, is weer een ander verhaal. Dadelijk zal de zanger vastzitten in haar lieflijke klauwen, om enkele jaren later haar kind uit volle borst te leren zingen. Liefst in de avondschemering.

www.ch-darwin.eu 

@MarkNelissen   


 


Online bladwijzers:Voeg deze link toe met uw social bookmark service en deel deze post met anderen
  • Google
  • del.icio.us
  • Msn
  • Facebook
  • Netlog
  • Technorati
  • bligg
  • netjes
  • ekudos
  • nujij
  • connotea
  • Stumbleupon

Reacties

Voeg reactie toe
 authimage

Reacties